Edward Bach (1886-1936)

 

Samenvatting

Edward Bach was een Engelse arts aan het begin van de 20e eeuw. Als bacterioloog aan het Londense Universiteitsziekenhuis bond hij de strijd aan met chronische ziektes en ontwikkelde diverse vaccins.  
Wat hem tegenstond in die periode was dat er meer aandacht was voor ziektes dan voor de patiŽnten. Ook vond hij het niet prettig om vaccins toe te dienen via injecties, omdat de mensen hier bang van waren, en hij merkte dat de werkzaamheid van de vaccins te lijden had onder die angst.  
 
Later kwam hij te werken in het Londense Homeopathisch Ziekenhuis, en kwam daar in aanraking met het werk van Hahnemann (grondlegger van de hedendaagse homeopathie), waarvan hij zeer onder de indruk was. Hahnemann was tot dezelfde conclusie gekomen als hijzelf, nl.: "Behandel de patiŽnt, niet de ziekte". Door zijn eerdere werk te combineren met Hahnmann's homeopathie kwam hij tot de zeven zg. Bach-nosodes, die tot de dag van vandaag gebruikt worden.  
Wat hem nog niet helemaal beviel was dat homeopathische geneesmiddelen soms gemaakt worden van stoffen die in pure vorm schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.  
 
Bach was ervan overtuigd dat alle remedies die een mens nodig kon hebben al lang "door de Schepper in de natuur waren opgenomen", zoals hij zelf zei. Uiteindelijk liet hij in het voorjaar van 1930 zijn baan in het ziekenhuis en zijn eigen bloeiende Londense praktijk achter, en trok naar het platteland op zoek naar die natuurlijke remedies.  
De laatste periode van zijn leven (van 1928 tot 1936) besteedde hij aan het zoeken (en vinden) van genezende bloemen en bloesems. Dit moesten bloemen zijn met uitsluitend heilzame eigenschappen, niet alleen als remedie maar ook in pure vorm. In de loop van deze jaren vond hij 37 van deze bloemen en bovendien manieren om ze te verwerken tot remedies. Als 38e gebruikte hij puur water uit een heilzame bron.
Ze zijn nu bekend als "Bach Flower Remedies" (BFR) ofwel "Bach Bloesem Remedies".  
 

Jeugd

Edward Bach werd geboren op 24 september 1886 te Moseley 5 km ten zuiden van Birmingham. Van kinds af aan was hij een gevoelig type, niet heel gezond, was graag buiten in de natuur en wist dat hij mensen wilde helpen genezen. Als kind kon hij zich al zo geconcentreerd in iets verdiepen dat de wereld om hem heen verdween. Toen hij op 16-jarige leeftijd van school kwam wilde hij zijn ouders niet vragen om een lange medische opleiding te betalen, en besloot om eerst geld te verdienen in de fabriek van zijn vader (1903-1906).
In die periode bemerkte hij hoe moeilijk zijn collega-arbeiders het hadden met gezondheidszorg: ze werkten vaak door als ze ziek waren, want ziek thuisblijven betekende geen loon en wel hoge medische kosten. Hij zag niet alleen hun angst voor ziekte, maar ook dat er niet veel meer werd gedaan dan het verlichten van de klachten en het bestrijden van symptomen. Dit alles sterkte hem in zijn plan om eenvoudige geneesmiddelen te ontdekken voor alle ziekten.
Toen hij uiteindelijk met zijn vader sprak over zijn wens om dokter te worden, besloot deze zijn studie te betalen.  
 

Studie

Zo begon hij op 20-jarige leeftijd aan een medische studie aan de universiteit van Birmingham.
Vandaaruit ging hij naar het Londense Universiteitsziekenhuis en behaalde daar in 1912 het (niet-universitaire) "Conjoint" (samengevoegde) diploma M.R.C.S. en L.R.C.P. Met dit diploma op zak mocht hij in Londen als arts praktiseren, en veel studenten deden daarom dit examen al voordat ze waren afgestudeerd.
Vervolgens behaalde hij in 1913 de universitaire graden M.B. en B.S., en rondde hij in 1914 zijn studie af met een D.P.H. Camb.  
M.R.C.S.
Membership of the Royal College of Surgeons, een beroepsvereniging voor chirurgen in het Verenigd Koninkrijk en Ierland.
L.R.C.P.
Licentiate of the Royal College of Physicians (of England), een beroepsvereniging voor artsen (internisten).
zie ook: Conjoint (Wikipedia).
M.B.
Bachelor of Medicine (Medicinae Baccalaureus)
B.S.
Bachelor of Surgery
zie ook: MBBS (Wikipedia).
D.P.H. Camb.
Doctor of Public Health (Cambridge).
Als student had Bach al meer interesse in de patiŽnten dan in hun ziektes. Hij kon rustig naast hun bed zitten en ze laten vertellen, om op die manier achter de werkelijke achtergrond van hun ziekte te komen.  
 

Bach als regulier arts

Nadat hij op 14 januari 1913 getrouwd was met Gwendoline Caiger en zijn doktergraden MB en BS had behaald, begon hij als eerste-hulp-arts in het University College Hospital, en later dat jaar als eerste-hulp-chirurg in het London Temperance Hospital, waarmee hij na enkele maanden al moest stoppen omdat zijn gezondheid hem in de steek liet.
Daarop begon hij een eigen praktijk in Harley Street, waar hij steeds weer merkte dat de medische wetenschap nog weinig kon uitrichten tegen chronische ziekten. Hij zag in dat artsen werden opgeleid om vooral naar ziekten te kijken, en niet naar de persoonlijkheid van de mens, terwijl hij ervan overtuigd was dat die persoonlijkheid juist het belangrijkste was: waarom wordt de ene mens ziek en is de andere mens immuun voor dezelfde ziekte?
Op die manier raakte hij geÔnteresseerd in de leer van de immuniteit en legde zich toe op onderzoek als Assistent Bacterioloog aan het University College Hospital. Hij ontdekte een verband tussen chronische ziekten en de aanwezigheid van bepaalde bactieriŽn in de darmflora, en vroeg zich af of hun aanwezigheid het herstel bevorderde of juist tegenhield.
Zijn idee om de gevonden bactieriŽn terug te injecteren had resultaten die zijn verwachtingen overtroffen. Het gebruik van de injectienaald en de pijnlijk gevolgen ervan stond hem echter tegen. Dit werd deels opgelost toen hij ontdekte dat de resultaten verbeterden door een tweede injectie pas te geven als het effect van de eerste ophield, in plaats van telkens na een vaste tijd. Hierdoor waren dus minder injecties nodig.
 
In 1917 overleed zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met Kitty Light, bij wie hij een dochter had. In dat jaar was Bach naast zijn eigen praktijk en zijn onderzoek als bacterioloog ook verantwoordelijk voor 400 ziekenhuisbedden voor oorlogsgewonden, en ook nog actief aan de Hospital Medical School. Hij werkte zo hard dat hij soms flauwviel achter zijn onderzoekstafel en had in juli 1917 een zware bloeding die een operatie nodig maakte waarbij een tumor werd verwijderd. Hij kreeg nog 3 maanden te leven en vastbesloten om die korte tijd zo goed mogelijk te besteden, werkte hij harder dan ooit om nog zoveel mogelijk van zijn werk af te kunnen maken. Aan het einde van die drie maanden voelde hij zich echter beter dan ooit, en hij besefte hoe dat kwam:
Als een mens met liefde het werk doet waarvoor hij geroepen is, resulteert dat in gezondheid en geluk.  
 

Bach als homeopaat

Toen in 1918 het University College Hospital bepaalde dat alle medewerkers hun nevenwerkzaamheden moesten stoppen, was dat voor Bach aanleiding om direct ontslag te nemen. Hij besteedde al zijn geld aan het inrichten van een eigen laboratorium, zodat hij zijn werk kon voortzetten, en toen kort daarna een plaats vrijkwam als patholoog en bacterioloog aan het London Homoeopathic Hospital werd hij daar aangenomen. Daar maakte hij kennis met het werk van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de hedendaagse homeopathie.
Bach's bewondering voor het werk van Hahnemann was grenzeloos: ongelofelijk dat een enkele mens, in de donkere dagen van de wetenschap 100 jaar eerder, zulke ontekkingen had kunnen doen! Hahnemann wist 100 jaar eerder de dingen al die hijzelf met de moderne wetenschap pas net aan het ontdekken was, en zelfs beter, want Hahnemann gebruikte geen bacteriŽn maar middelen uit de natuur. Bovendien was Hahnemann er net als hijzelf van overtuigd dat elk geval anders is en individueel behandeld dient te worden: behandel de patiŽnt, niet de ziekte.
Op zoek naar een manier om zijn allopathische werk te combineren met dat van Hahnemann werkte hij zijn vaccinerende injecties om tot homeopathische nosodes die via de mond konden worden ingenomen, en was verrukt over de resultaten. (Een nosode is een homeopathisch middel dat is gemaakt van de ziekteverwekker of van ziek weefsel, en is wat dat betreft vergelijkbaar met een vaccin.) Deze 7 nosodes worden tot op de dag van vandaag gebruikt als de Bach-nosodes.
 
Om te bepalen welke van de 7 nosodes een patiŽnt nodig had, moest de darmflora onderzocht worden. Dit verzwakte de patiŽnt, soms alleen al door het onderzoek, soms ook omdat de patiŽnt zieker werd voordat de uitslag bekend was. Totdat Bach ontdekte dat bepaalde types mensen meestal dezelfde bacteriŽn in hun darmen meedroegen, en dus dezelfde behandeling nodig hadden. Uiteindelijk was hij in staat de uitslag van het onderzoek te voorspellen aan de hand van het type patiŽnt, en werden de onderzoeken overbodig.
In 1922 was hij zo bekend geworden, en had hij zoveel werk dat hij het Homoeopathic Hospital verliet en weer een eigen laboratorium opende. Zijn werk vond inmiddels algemene waardering bij homeopaten en reguliere artsen, en hij kreeg de bijnaam "de tweede Hahnemann". De jaren die volgden werden steeds drukker, en de resultaten steeds beter, en hij bemerkte dat mensen vooral genezen door algemene verbetering van hun gezondheid, waardoor de lokale klacht verdwijnt.
 
Tot 1930 volgde Bach de route van een geÔnspireerd wetenschapper: hij werkte volgens strikt wetenschappelijke methoden, maar waar een onderzoek meerdere kanten op kon, vertrouwde hij voor de te kiezen richting op zijn intuÔtie. En al die tijd bleef hij op zoek naar middelen uit de natuur die zijn nosoden konden vervangen. Vanaf 1928 ging hij steeds vaker in de natuur op zoek naar planten die hij kon gebruiken, en probeerde er heel veel uit. In september 1928 vond hij de eerste planten die aan zijn wensen voldeden. De resultaten met deze natuurlijke medicijnen waren zo bevredigend dat hij besloot om de wetenschappelijke en kunstmatige medicijnen achter zich te laten.  
 

Bach en zijn bloesems

In mei 1930 verdeelde hij zijn praktijk onder bevriende artsen, verkocht zijn laboratorium-inventaris en, met dat geld en een paar koffers, liet hij Londen definitief achter zich. Samen met zijn assistente Nora Weeks trok hij naar het noorden van Wales. Daar bestudeerde hij planten: waar ze groeien, hoe ze groeien, hun bloeiwijze, kleur, voortplanting, voedingstoffen, alles wat samen het karakter van de plant vormt. Hij was niet op zoek naar medicinale kruiden, maar naar planten die vanwege hun karakter mensen kunnen helpen.
Hij ontdekte dat de dauw die op bloemen lag die in de zon stonden, de eigenschappen van de plant in sterke mate overnam. Omdat het verzamelen van bruikbare hoeveelheden dauw onbegonnen werk was ontwikkelde hij zijn zonnemethode: als bloemen enkele uren in de volle zon op water drijven, neemt het water de geneeskrachtige eigenschappen van de plant over. "De kracht van de eenvoud". Dat deze methode enige vooroordelen te overwinnen had blijkt uit wat hij schreef: "Laat niet de eenvoud van deze methode u weerhouden ze te gebruiken".
 
Rondtrekkend door Wales en Zuid- en Oost-Engeland onderzocht hij vele planten, en schreef zijn kijk op gezondheid en ziekte op in de boeken "Genees uzelf" en "Bevrijd uzelf". Hierin beschrijft hij dat lichamelijke klachten het gevolg zijn van (gemoeds)toestanden die voorkomen dat een mens gelukkig is, zoals zorgen, angst, onzekerheid, boosheid, fanatisme en dergelijke. Hij zocht planten met de positieve eigenschappen die zo'n negatieve houding kunnen verdrijven. Bij zijn onderzoek kreeg hij hulp van enkele bevriende arsten die zijn remedies gebruikten en de bereikte resultaten met hem deelden.
In 1932 rondde hij met de vondst van de twaalfde remedie het eerste deel van zijn werk af. In 1933 publiceerde hij de eerste versie van "De twaalf genezers", maar de zoektocht ging door: Hij vond in 1933 nog 4 remedies en vulde zijn boekje aan tot "De twaalf remedies & vier helpers", en in 1934 tot "De twaalf remedies & zeven helpers".  
 
Laatst aangepast: 2-11-2014, wordt vervolgd...  
 

Bibliografie (onvolledig)

1920 (met F.H. Teale)
The Nature of Serum Antitrypsin and its Relation to Autolysis and the Formation of Toxins
1920 (met F.H. Teale)
The Relation of the Autotryptic Titre of Blood to Bacteria Infection and Anaphylaxis
1920 (met F.H. Teale)
The fate of 'washed spores' on inoculation into animals, with special reference to the Nature of Bacterial Toxaemia
april 1920
The Relation of Vaccine Therapy to Homoeopathy
1920
A Clinical Comparison between the Action of Vaccines and Homoepoathic Remedies
1922
The Confirmation of Homoeopathy by Modern Pathological Science
oktober 1924
Intestinal Toxaemia in its Relaton to Cancer
1925 (met C.E. Wheeler)
Chronic Disease: a Working Hypothesis
1927
The Problem of Chronic Disease
maart 1928
An Effective Method of Combating Intestinal Toxaemia
1 november 1928
The Rediscovery of Psora
18 oktober 1929
Medicine of the Future
januari 1930
An Effective Method of Preparing Vaccines for Oral Administration
februari 1930
Some New Remedies and New Uses
1930
Some Fundamental Considerations of Disease & Cure
februari-juni 1931
Early Case Notes
1931
Heal Thyself
februari 1931
Ye suffer from Yourselves
1932
Free Thyself
februari 1933
Twelve Great Remedies
mei 1933
My Twelve Remedies
1933
Twelve Healers
zomer 1933
The Twelve Healers & Four Helpers
1934
The Story of the Travellers
juli 1934
The Twelve Healers & Seven Helpers
1935-1936
The Twelve Healers & Other Remedies
24 september 1936
Wallingford Lecture: "Healing by Herbs, for use in every Home"
oktober 1936
Masonic Lecture
 

Bronnen

Nora Weeks
The MEDICAL DISCOVERIES of EDWARD BACH PHYSICIAN (1940)
Nora Weeks
THE DR. EDWARD BACH REMEDIES, A talk given to the British Society of Dowsers
Julian Barnard
http://www.edwardbach.org/Research/timeline.asp
Gregory Vlamis
Flowers to the Rescue, The Healing Vision of Dr Edward Bach (1986)
 
 

lieverbeter.nl:   ALLES over Bachbloesems