1934: Het Verhaal van de Reizigers (Collected Writings, pg 75/99)

 

Er waren eens; en het is altijd "eens", zestien reizigers die eropuit trokken om door een bos te reizen.

In het begin ging alles goed, maar nadat ze enige afstand hadden gereisd werd een van de groep, Agrimony, bezorgd of ze wel op het goede pad waren. Later in de middag, toen ze steeds dieper in de schaduwen kwamen, werd Mimulus bang, bang dat ze de weg kwijt waren. Toen de zon onderging en de schaduwen dieper werden en de nachtgeluiden van het bos om hen heen hoorbaar werden, werd Rock Rose vervuld met schrik en raakte in paniek. Midden in de nacht toen er alleen maar zwarte duisternis was, verloor Gorse alle hoop en zei: "Ik kan niet verdergaan; gaan jullie maar door, maar ik blijf hier zoals ik ben tot de dood mij uit mijn lijden verlost."

Oak, aan de andere kant, zei ondanks dat hij het gevoel had dat alles verloren was en dat ze de zon nooit meer zouden zien: "Ik zal tot het allerlaatst doorvechten," en dat deed hij ook op een woeste manier.
Scleranthus had wel enige hoop maar leed bij momenten toch zo aan onzekerheid en besluiteloosheid dat hij eerst de ene weg wilde nemen en bijna meteen daarna een andere. Clematis sjouwde rustig en geduldig verder maar het maakte hem heel weinig uit of hij in de laatste vaste slaap zou vallen of uit het bos zou komen. Gentian monterde het gezelschap de ene keer helemaal op, maar verviel op andere momenten in moedeloosheid en neerslachtigheid.

Onder de reizigers waren anderen die er geen moment aan twijfelden dat ze er door zouden komen, en die op hun eigen manier zo graag hun metgezellen wilden helpen.

Heather wist heel zeker dat hij de weg wist en wilde dat het hele gezelschap zijn weg zou nemen. Chicory hield zich niet bezig met het einde van de reis, maar was vervuld met bezorgdheid over zijn reisgenoten of ze pijn aan hun voeten hadden of dat ze moe waren of genoeg te eten hadden. Cerato had weinig vertrouwen in zijn eigen oordeel en wilde elke route uitproberen om zeker te weten dat ze niet fout waren, en de timide kleine Centaury was er zo op uit om lasten te verlichten dat hij bereid was om ieders bagage te dragen. Helaas voor de kleine Centaury droeg hij meestal de last van degenen die het best in staat waren hun eigen last te dragen, alleen maar omdat die het hardst riepen.

Rock Water, er zeer op gebrand om te helpen, ontmoedigde de groep een beetje omdat hij ging bekritiseren wat ze fout deden, maar Rock Water wist wel de weg. Vervain zou het pad ook goed genoeg moeten kennen, maar hoewel hij het niet helemaal zeker wist hield hij tot het uiterste vast aan het enige pad uit het bos. Impatiens wist ook precies de weg naar huis, en wel zo goed dat hij zijn geduld verloor met degenen die minder snel waren dan hij zelf. Water Violet was die route al eerder gegaan en wist de juiste weg, maar was een beetje trots en een beetje uit de hoogte dat anderen het niet begrepen. Water Violet vond ze een beetje minderwaardig.

En uiteindelijk bereikten ze allemaal de andere kant van het bos.

Nu fungeren ze als gidsen voor andere reizigers die de reis nog niet eerder gemaakt hebben, en, omdat ze weten dat er een route door het bos is, en omdat ze weten dat de duisternis van het bos niet meer is dan de schaduwen van de nacht, doen ze dat als "onbevreesde heren" *), en ieder van de zestien blijft een tijdje om op zijn eigen manier de les, het benodigde voorbeeld, te onderwijzen.

Agrimony schrijdt voort, vrij van enige zorg, en maakt overal grapjes over. Mimulus kan zich geen angst voorstellen; Rock Rose is op de donkerste momenten net een toonbeeld van kalme, serene moed. Gorse vertelt ze in de zwartste nacht over de vorderingen die ze zullen maken wanneer de zon opkomt in de ochtend.

Oak staat standvastig in de zwaarste storm; Scleranthus loopt met perfecte zekerheid; de ogen van Clematis zijn met plezier gericht op het einde van de reis, en geen enkele moeilijkheid of tegenslag kan Gentian ontmoedigen.

Heather heeft begrepen dat elke reiziger op zijn eigen manier moet lopen en wandelt rustig voorop om te laten zien dat het mogelijk is. Chicory, altijd bereid om een handje te helpen, maar alleen als het gevraagd wordt, en dan nog zonder zich op te dringen. Cerato weet toch zo precies welke weggetjes nergens toe leiden, en Centaury zoekt steeds de zwaksten op die hun last zwaar vinden.

Rock Water is het beschuldigen vergeten en is steeds alleen maar aan het aanmoedigen. Vervain preekt niet langer maar wijst de weg in stilte. Impatiens kent geen haast maar laat zich terugzakken tot de achterblijvers om hun tempo over te nemen; en Water Violet, meer als een engel dan een mens, gaat rond door het gezelschap als een zuchtje warme wind of als een heerlijke zonnestraal, die iedereen gelukkig maakt.

*) "Onbevreesde heren" is de titel van een boek (1928) van Florence Barrett Willoughby. Het boek beschrijft de ontdekkingsreizen van een aantal bekende pioniers in Alaska.

 

lieverbeter.nl:   ALLES over Bachbloesems