Februari 1931: Genees Uzelf (Collected Writings, pg 125/149)

 

GENEES UZELF
Een Uitleg van de Ware
Oorzaak en Genezing van Ziekte

door
Edward Bach
M.B. B.S. D.P.H.


Dit boek is opgedragen
aan
iedereen die lijdt
of
die in nood is

HOOFDSTUK EEN

Het doel van dit boek is niet om te suggereren dat de kunst van het genezen overbodig is, de bedoeling is verre van dat; maar laten we nederig hopen dat het voor degenen die lijden een gids zal zijn, om binnen zichzelf de werkelijke oorzaak van hun kwalen te zoeken, zodat ze zichzelf kunnen helpen bij hun eigen genezing. Laten we bovendien hopen dat het een stimulans mag zijn voor ieder die het welzijn van de mensheid na aan het hart ligt, zowel binnen de medische professie als binnen religieuze ordes, om hun inspanningen te verdubbelen om verlichting te zoeken voor menselijk lijden, en op die manier de dag dichterbij te brengen dat de overwinning op ziekte compleet zal zijn.

De belangrijkste reden waarom de moderne medische wetenschap faalt is het feit dat ze zich bezighoudt met gevolgen en niet met oorzaken. Gedurende vele eeuwen is de werkelijke achtergrond van ziekte gemaskeerd door materialisme, en op die manier heeft ziekte zelf alle kansen gekregen om steeds meer ravage aan te richten, omdat het niet is aangepakt bij de oorsprong. De situatie lijkt op die van een vijand die zich stevig verschanst heeft in de bergen, en voortdurend een guerrilla-oorlog voert in de omliggende gebieden, terwijl de mensen het versterkte garnizoen negeren en zich tevreden stellen met het repareren van de beschadigde huizen en het begraven van de doden, die het gevolg zijn van de aanvallen van de plunderaars. Zo is, in het algemeen gesproken, de situatie in de geneeskunde vandaag: niets meer dan het oplappen van de gewonden en het begraven van de doden, zonder aandacht te schenken aan het werkelijke bolwerk.

Ziekte zal nooit genezen worden of uitgeroeid door de huidige stoffelijke methoden, om de eenvoudige reden dat ziekte van oorsprong niet stoffelijk is. Wat wij kennen als ziekte is een uiteindelijk resultaat dat in het lichaam wordt gemaakt, het eindproduct van diep en lang optredende krachten, en zelfs als het lijkt alsof stoffelijke behandeling resultaat heeft, dan is dit niets meer dan een tijdelijke verlichting, tenzij de echte oorzaak verwijderd wordt. De moderne ontwikkeling van de medische wetenschap heeft de macht van ziekte enorm vergroot door de werkelijke aard van ziekte verkeerd te interpreteren en het in stoffelijke termen in het fysieke lichaam te plaatsen, in de eerste plaats omdat daarmee de gedachten van de mensen afgeleid worden van de echte oorzaak, en daarmee van een effectieve aanpak, en in de tweede plaats door ziekte aan het lichaam te koppelen, en daarmee de echte hoop op herstel te verduisteren en een machtig angstcomplex voor ziekte te laten groeien, dat nooit had mogen bestaan.

Ziekte is in essentie het resultaat van een conflict tussen de Ziel en de Psyche, en kan nooit worden uitgeroeid, tenzij door spirituele en mentale inspanning. Dergelijke inspanningen, als ze op de juiste manier met begrip gedaan worden, zoals we later zullen zien, kunnen ziekte genezen en voorkomen, door die onderliggende factoren te verwijderen die in eerste instantie de oorzaak zijn. Geen enkele inspanning die alleen op het lichaam gericht is kan meer doen dan oppervlakkig wat schade herstellen, en hierin zit geen genezing omdat de oorzaak nog steeds actief is en op ieder moment de kop kan opsteken in een andere vorm. Feitelijk is schijnbaar herstel in veel gevallen schadelijk, omdat het de werkelijke oorzaak van de problemen voor de patiŽnt verbergt, en dank zij de tevredenheid over de schijnbaar hernieuwde gezondheid kan de werkelijke factor in kracht winnen omdat hij niet is opgemerkt. Vergelijk deze gevallen maar eens met die van een patiŽnt die de aard kent van de tegenwerkende spirituele of mentale krachten die aan het werk zijn, of die er door een wijze arts uitleg over heeft gekregen. Als deze patiŽnt probeert om die krachten rechtstreeks te neutraliseren, dan verbetert de gezondheid zodra dit met succes is begonnen, en wanneer het klaar is zal de ziekte verdwijnen. Dit is ware genezing door de vesting aan te vallen, de echte basis van de oorzaak van het lijden.

Een van de uitzonderingen op materialistische methoden in de moderne medische wetenschap is die van de grote Hahnemann, de grondlegger van de Homeopathie, die met zijn begrip van de welwillende liefde van de Schepper en van de Goddelijkheid die in de mens huist, door het bestuderen van de mentale houding van zijn patiŽnten, hun omgeving en hun respectieve ziekten, op zoek ging tussen de kruiden van het veld en in het rijk van de natuur, naar de remedie die niet alleen hun lichaam zou genezen, maar die tegelijkertijd hun mentale manier van kijken zou verbeteren. Moge zijn wetenschap worden uitgebreid en ontwikkeld door die ware artsen die de liefde voor de mensheid na aan het hart ligt.

Vijfhonderd jaar voor Christus waren er in het oude India enkele artsen die onder de invloed van Meester Boeddha werkten, die de kunst van het genezen tot zo'n perfectie hadden verbeterd dat ze geen chirurgie meer nodig hadden, hoewel de chirurgie van hun tijd net zo efficiŽnt, zo niet efficiŽnter was dan die van tegenwoordig. Zulke mensen als Hippocrates met zijn machtige idealen van genezing, Paracelsus met zijn overtuiging van de goddelijkheid in de mens, en Hahnemann die besefte dat ziekte zijn oorsprong had in een vlak boven het fysieke - zij wisten allemaal veel van de werkelijke aard van het lijden en het verhelpen ervan. Hoeveel onbeschrijflijke ellende had er de afgelopen twintig of vijfentwintig eeuwen bespaard kunnen worden, wanneer de lessen van deze grote meesters van hun kunst opgevolgd waren, maar, zoals in zoveel dingen, had het materialisme te veel aantrekkingskracht op de Westerse wereld, en wel zo'n lange tijd dat de stemmen van de praktische belemmeraars sterker zijn geworden dan het advies van degenen die de waarheid kenden.

Laat hier kort beweerd worden dat ziekte, hoewel schijnbaar zo wreed, op zichzelf weldadig is en voor onze bestwil en wanneer het goed geÔnterpreteerd wordt zal het ons naar onze fouten leiden. Als het op de juiste manier behandeld wordt zal het aanleiding zijn om deze fouten te verwijderen, en laat het ons beter en grootser achter dan ervoor. Lijden is een verbetering die een les aanreikt die ons tot dan toe ontgaan is, en totdat die les geleerd is kan het lijden nooit worden uitgeroeid. Weet ook dat het voor hen die de waarschuwende symptomen begrijpen en kunnen lezen, mogelijk is om ziekte te voorkomen voordat hij begint, of af te breken in haar vroegste stadium wanneer de juiste corrigerende inspanningen op spiritueel en mentaal vlak worden ondernomen. Ook hoeft geen enkel geval hopeloos te zijn, hoe ernstig ook, want het feit dat het individu nog steeds fysiek leven gegund wordt geeft aan dat de Ziel die regeert niet zonder hoop is.

HOOFDSTUK TWEE

Om de aard van ziekte te kunnen begrijpen dienen bepaalde fundamentele waarheden erkend te worden,

De eerste daarvan is dat de mens een Ziel heeft die zijn werkelijke zelf is; een Goddelijk, Machtig Wezen, een Zoon van de Schepper van alle dingen, waarvan het lichaam, hoewel dat de aardse tempel van die Ziel is, slechts de miniscuulste afspiegeling is: dat onze Ziel, onze Goddelijkheid die in en om ons heen verblijft, onze levens voor ons uitstippelt zoals Hij wil dat ze geordend zijn, en ons, in zoverre wij dat toelaten, altijd begeleidt, beschermt en aanmoedigt, en erop toeziet en ervoor zorgt dat Hij ons altijd leidt tot ons allergrootste voordeel ; dat Hij, ons Hogere Zelf, als vonk van de Almachtige, daarbij onoverwinnelijk en onsterfelijk is.

Het tweede principe is dat wij, zoals we onszelf in deze wereld kennen, als persoonlijkheden hier beneden zijn met de bedoeling om alle kennis en ervaring te vergaren die behaald kan worden door het aardse bestaan, om deugden te ontwikkelen die we tekort komen en om alles uit te wissen dat binnenin ons fout is, om op die manier te naderen tot de perfectie die onze aard is. De Ziel weet welke omgeving en welke omstandigheden ons het best in staat stellen om dit te doen, en plaatst ons daarom in die tak van het leven die het meest geschikt is voor dat onderwerp.

Ten derde moeten we beseffen dat de korte doorgang op deze aarde, die wij kennen als leven, slechts een moment is in onze evolutie, zoals een schooldag op een leven, en hoewel we op dit moment alleen die ene dag kunnen zien en bevatten, vertelt onze intuÔtie ons dat onze geboorte oneindig ver van ons begin vandaan was, en de dood oneindig ver van ons einde. Onze Zielen, die eigenlijk wij zijn, zijn onsterfelijk, en de lichamen waarvan we ons bewust zijn, zijn tijdelijk, niet meer dan paarden die we berijden om een reis te maken, of instrumenten waarmee we een stukje werk doen.

Dan volgt een vierde groots principe, dat zolang onze Zielen en persoonlijkheden in harmonie zijn alles vreugde en vredigheid is, geluk en gezondheid. Pas wanneer onze persoonlijkheden afgeleid worden van het pad dat onze Ziel heeft uitgestippeld, ofwel door onze eigen wereldse verlangens of overreed door anderen, ontstaat er een conflict. Dit conflict is de achterliggende oorzaak van ziekte en ongelukkigheid. Het maakt niet uit wat voor werk we doen in de wereld - schoenpoetser of vorst, landheer of boer, rijk of arm - zolang we dat bepaalde werk maar doen in overeenstemming met de opdrachten van de Ziel, is alles goed; en verder kunnen we rustig aannemen dat in welke levenssituatie we ook zijn neergezet, vorstelijk of nederig, deze situatie de lessen en ervaringen bevat die we op dit moment nodig hebben voor onze ontwikkeling, en ons het meeste voordeel biedt voor de ontwikkeling van onszelf.

Het volgende grootse principe is het besef van de Eenheid van alle dingen: dat de Schepper van alle dingen Liefde is, en dat alles waarvan we ons bewust zijn een manifestatie van die Liefde is in al zijn oneindige aantal vormen, of het nou een planeet is of een kiezelsteen, een ster of een dauwdruppel, mens of de laagste levensvorm. Misschien is het mogelijk om een glimp van dit concept op te vangen door onze Schepper voor te stellen als een grote stralende zon van weldaad en liefde met vanuit het midden een oneindig aantal stralen die alle kanten op schijnen, en dat wij en alles waarvan we ons bewust zijn deeltjes zijn aan het eind van die stralen, uitgezonden om ervaring en kennis op te doen, maar uiteindelijk terug te keren tot het grootse centrum. En hoewel het voor ons lijkt alsof iedere straal afgezonderd is en apart, is deze in werkelijkheid deel van de grote centrale Zon. Afgezonderdheid is onmogelijk, want zodra een lichtstraal wordt afgescheiden van de bron houdt hij op te bestaan. Op die manier kunnen we een beetje begrip krijgen van de onmogelijkheid van afgescheiden zijn, omdat iedere straal wel zijn eigen individualiteit kan hebben, maar toch deel uitmaakt van de grote centrale scheppende macht. Iedere actie tegen onszelf of tegen een ander heeft dus zijn weerslag op het geheel, omdat iedere imperfectie van een deel weerspiegelt in het geheel, waarvan ieder deeltje uiteindelijk perfect moet worden.

We zien dus dat er twee grote fundamentele fouten mogelijk zijn: afscheiding tussen onze Zielen en onze persoonlijkheden, en wreedheid of onrecht tegenover anderen, want dit druist in tegen de Eenheid. Elk van deze twee zorgt voor een conflict dat tot ziekte leidt. Begrip van waar we een fout maken (wat zo vaak niet door ons beseft wordt) en een serieuze inspanning om de fout te verbeteren zal niet alleen leiden tot een leven van vreugde en vrede, maar ook naar gezondheid.

Ziekte is op zichzelf weldadig, en heeft als doel om onze persoonlijkheid terug te brengen bij de Goddelijke wil van de Ziel; en als we er op die manier naar kijken kunnen we zien dat het te voorkomen en te vermijden is, want als we maar voor onszelf konden beseffen welke fouten we maken, en deze op spirituele en mentale wijze corrigeren dan was de zware les van het lijden niet nodig. De Goddelijke Macht geeft ons alle gelegenheid om ons leven te beteren voordat, als laatste redmiddel, pijn en lijden moeten worden toegepast. Soms zijn het niet de fouten van dit leven, van deze dag op school, die we bestrijden, en hoewel we in ons fysieke denken misschien niet bewust zijn van de reden voor ons lijden, dat ons soms wreed en zonder reden kan lijken, kennen onze Zielen (die ons eigen zelf zijn) de hele opzet en leiden ze ons voor onze bestwil. Desondanks zouden begrip en het verbeteren van onze fouten onze ziekte inkorten en ons terugbrengen bij gezondheid. Kennis van de bedoeling van de Ziel en berusting in die kennis zorgen voor de verlichting van het aardse lijden en nood, en geeft ons de vrijheid om onze evolutie te ontwikkelen in vreugde en geluk.

Er zijn twee grote fouten: ten eerste, falen om de opdrachten van onze Ziel te eren en te gehoorzamen, en ten tweede, te handelen tegen de Eenheid. Wat het eerste betreft, wees altijd terughoudend bij het oordelen over anderen, want wat goed is voor de een is fout voor een ander. De handelsman, wiens taak het is om een groot bedrijf op te bouwen, niet alleen ten voordele van zichzelf, maar ook van ieder die bij hem in dienst is, en die daarbij kennis opbouwt over doelmatigheid en leiding geven, en de daarbij behorende kwaliteiten ontwikkelt, moet noodzakelijkerwijs andere kwaliteiten en andere deugden gebruiken dan een verpleegster die haar leven opoffert in de verzorging van de zieken, en toch leren ze, wanneer ze de opdrachten van hun Zielen gehoorzamen, allebei op de juiste manier die kwaliteiten die ze nodig hebben voor hun vooruitgang. Waar het om gaat is dat we de opdrachten van onze Ziel, ons Hogere Zelf, gehoorzamen die we te weten komen door bewustzijn, instinct en intuÔtie.

Zo zien we dat ziekte, juist dank zij deze principes en door de essentie ervan, te voorkomen en te genezen is, en het is het werk van spirituele genezers en artsen om aan de noodlijdenden niet alleen stoffelijke medicijnen te geven, maar ook het begrip van de fout in hun leven, en van de manier waarop deze fouten kunnen worden uitgewist, om op die manier de zieken terug te leiden naar gezondheid en vreugde.

HOOFDSTUK DRIE

Wat wij kennen als ziekte is het uiteindelijke stadium van een veel diepere verstoring, en het is duidelijk dat het aanpakken van alleen het eindresultaat niet helemaal afdoende zal zijn om volledig succes van de behandeling te verzekeren, tenzij de achterliggende oorzaak ook verwijderd wordt. Er is ťťn primaire fout die een mens kan maken, en dat is handelen tegen de Eenheid; dit vindt zijn oorsprong in eigenliefde. We kunnen dus ook zeggen dat er maar ťťn primaire aandoening is - ongemak, of ziekte. En zoals handelen tegen de Eenheid in verschillende types kan worden opgedeeld, zo kan ook ziekte - het gevolg van dit handelen - in hoofdgroepen worden verdeeld, die overeenkomen met hun oorzaken. De aard van de ziekte is dan ook een bruikbare aanwijzing om te helpen ontdekken op welke manier er tegen de Goddelijke Wet van Liefde en Eenheid gehandeld is.

Als we in ons karakter voldoende liefde voor alle dingen hebben, dan kunnen we geen kwaad doen; omdat die liefde onze hand zou tegenhouden bij iedere handeling, onze geest bij iedere gedachte die een ander kwaad zou kunnen doen. Maar die staat van perfectie hebben we nog niet bereikt; als dat wel zo was, dan was er geen aanleiding voor ons bestaan hier. Maar ieder van ons is op zoek naar, en onderweg naar die toestand, en degenen van ons die lijden in geest of lichaam worden juist door dit lijden naar die ideale toestand toe geleid, en als we dat maar op de juiste manier lezen, dan kunnen we niet alleen onze stappen naar dat doel versnellen, maar onszelf ook ziekte en ellende besparen. Vanaf het moment dat de les begrepen is en de fout opgelost is er geen noodzaak meer voor de correctie, want we moeten onthouden dat lijden op zich een weldaad is, in zoverre dat het ons aangeeft wanneer we verkeerde wegen bewandelen en dat het onze ontwikkeling versnelt op weg naar zijn glorieuze perfectie.

De werkelijke primaire ziekten van de mens zijn het soort gebreken als trots, wreedheid, haat, eigenliefde, kortzichtigheid, onevenwichtigheid en hebzucht, en goed beschouwd blijken deze allemaal tegengesteld te zijn aan Eenheid. Deze soort gebreken zijn de echte ziekten, en als we het niveau van ontwikkeling bereikt hebben dat we weten dat ze fout zijn, en we gaan er toch mee door en volharden erin, dan zorgt dat ervoor dat de schadelijke gevolgen die wij kennen als ziekte neerslaan in het lichaam.

Trots is in de eerste plaats het gevolg van gebrek aan erkenning van de kleinheid van de persoonlijkheid en zijn totale afhankelijkheid van de Ziel, en dat alle successen die er dan mogen zijn niet van zichzelf zijn, maar zegeningen zijn, geschonken door de Goddelijkheid van binnen; in de tweede plaats gevolg van het verlies van het gevoel voor proportie, van de eigen nietigheid in het ontwerp van de Schepping. Omdat Trots altijd weigert in bescheidenheid en berusting te buigen voor de Will van de Grote Schepper, verricht hij daden die tegengesteld zijn aan die Wil.

Wreedheid is de ontkenning van de eenheid van alles en het ontbreken van het begrip dat iedere handeling die tegen een ander gericht is, indruist tegen het geheel, en daarom een handeling tegen de Eenheid is. Geen mens zou de schadelijke gevolgen ervan afroepen over iemand die hem na staat, en dank zij de wet van de Eenheid moeten we net zo lang groeien tot we begrijpen dat iedereen, als deel van het Geheel, ons na moet komen staan, totdat zelfs degenen die ons lastig vallen alleen nog maar gevoelens van liefde en sympathie oproepen.

Haat is het tegenovergestelde van Liefde, het omgekeerde van de Wet van de Schepping. Het is in strijd met het hele Goddelijke plan en is een verloochening van de Schepper; het leidt slechts tot daden en gedachten die wegleiden van Eenheid en het tegenovergestelde zijn van die zoals Liefde ze zou dicteren.

Eigenliefde is weer de verloochening van Eenheid en van de plicht die we tegenover onze medemensen hebben, doordat we onze eigen belangen voor laten gaan voor het belang van de mensheid en de zorg en bescherming van degenen die direct om ons heen zijn.

Kortzichtigheid is niet willen leren, de weigering om de Waarheid te zien wanneer de kans wordt gegeven, en leidt tot vele foute daden die alleen in de duisternis kunnen bestaan, en die niet mogelijk zijn wanneer we omgeven worden door het licht van Waarheid en Kennis.

Onevenwichtigheid, besluiteloosheid en doelloosheid ontstaan wanneer de persoonlijkheid weigert om zich te laten leiden door het Hogere Zelf, en brengen ons ertoe om anderen in de steek te laten door onze zwakheid. Zo'n toestand zou niet mogelijk zijn als we het besef hadden van de Onbedwingbare, Onoverwinnelijke Goddelijkheid die we eigenlijk zijn.

Hebzucht leidt tot het verlangen naar macht. Het is een ontkenning van de vrijheid en individualiteit van elke ziel. In plaats van in te zien dat ieder van ons hier beneden is om zich vrijuit op zijn eigen manier te ontwikkelen volgens de richtlijnen van de ziel alleen, om zijn individualiteit te vergroten en vrij en ongehinderd te werken, heeft de hebzuchtige personaliteit behoefte om voor te schrijven, te vormen en te commanderen, en eigent zich daarmee de macht van de Schepper toe.

Tot zover de voorbeelden van eigenlijke ziekte, de oorsprong en de basis van al ons lijden en al onze ellende. Elk van deze gebreken zal, als we erin volharden tegen de stem van het Hogere Zelf in, voor een conflict zorgen dat noodzakelijkerwijs in het lichaam gereflecteerd moet worden, en zijn eigen specifieke soort ziekte oproept.

We kunnen nu begrijpen dat elk type ziekte waaraan we kunnen lijden ons helpt om te ontdekken welke fout er achter onze aandoening zit. Trots bijvoorbeeld, is arrogantie en stramheid van de geest, en is aanleiding voor het soort ziektes die resulteren in stramheid en stijfheid van het lichaam. Pijn is het resultaat van wreedheid, waarbij de patiŽnt door zelf te lijden leert om dat anderen niet aan te doen, lichamelijk of geestelijk gezien. De boetes voor Haat zijn eenzaamheid, hevige onbeheersbare buien, mentale zenuwstormen, en hysterische toestanden. De ziektes van naar binnen gekeerd zijn - neurose, zenuwzwakte en soortgelijke toestanden - die het leven zo zeer beroven van vreugde, worden veroorzaakt door overdreven Eigenliefde. Kortzichtigheid en gebrek aan wijsheid zorgen voor hun eigen dagelijkse problemen, en als erin volhard wordt door de waarheid niet te willen zien als daar de kans voor gegeven wordt, dan zijn bijziendheid en beperkingen van zicht en gehoor de logische gevolgen. Onevenwichtigheid van geest moet wel leiden tot dezelfde eigenschap van het lichaam met uiteenlopende stoornissen die beweging en coŲrdinatie aantasten. Het gevolg van hebzucht en overheersing van anderen is het soort ziekten die de zieke een slaaf maakt van zijn eigen lichaam, waarbij de verlangens en ambities door de ziekte worden ingetoomd.

Bovendien is het geen toeval welk deel van het lichaam precies is aangedaan, maar volgt dat uit de wet van oorzaak en gevolg, en is ook weer een aanwijzing om ons te helpen. Het hart bijvoorbeeld, de fontein van het leven en dus van liefde, wordt aangevallen wanneer in het bijzonder de liefdes kant van het karakter t.o.v. de mensheid onderontwikkeld is of verkeerd gebruikt wordt; een aangedane hand wijst op gebrek aan actie of verkeerde actie; als de hersenen worden aangedaan, het controlecentrum, wijst dat op een gebrek aan beheersing van de persoonlijkheid. Deze dingen volgen zoals in de wet is vastgelegd. We zijn allemaal bereid om toe te geven wat de gevolgen kunnen zijn van een woedeaanval of van de schok van slecht nieuws; als zulke triviale dingen het lichaam al zo kunnen beÔnvloeden, hoeveel ernstiger en dieper moet dan een langdurig conflict tussen ziel en lichaam zijn. Kan het ons verbazen dat het resultaat dan zulke ernstige klachten oproept als de ziektes van tegenwoordig?

Maar toch is er geen reden om teneergeslagen te zijn. Ziekte kan voorkomen en genezen worden door de onvolkomenheid binnen onszelf te ontdekken en deze fout uit te wissen door serieus werk te maken van het ontwikkelen van de deugd die de fout zal vernietigen, niet door het kwaad te bestrijden, maar door zo'n vloedgolf van de tegenovergestelde deugd op te roepen, dat het uit ons karakter wordt weggevaagd.

HOOFDSTUK VIER

We zien dus dat er niets per ongeluk is als het over ziekte gaat, de soort ziekte niet, en evenmin welk deel van het lichaam is aangedaan; net als alles dat met energie te maken heeft volgt het de wet van oorzaak en gevolg. Sommige ziektes kunnen een direct lichamelijke oorzaak hebben, zoals vergiftigingen, ongelukken en verwondingen, en schromelijke overmaat; maar in het algemeen is ziekte het gevolg van een of andere basale fout in onze constitutie, zoals in de al gegeven voorbeelden.

Daarom moeten we voor volledige genezing niet alleen lichamelijke methoden gebruiken, waarbij we altijd de beste methoden kiezen die aan de geneeskunst bekend zijn, maar wijzelf moeten ons ook tot het uiterste van onze mogelijkheden inspannen om iedere fout in ons karakter uit te wissen; omdat totale en volledige genezing uiteindelijk vanuit ons binnenste komt, van de Ziel zelf, die door Zijn weldadigheid de persoonlijkheid doorstraalt met harmonie, wanneer dat toegelaten wordt.

Omdat er ťťn grote basisoorzaak is voor alle ziekte, namelijk eigenliefde, daarom is er ook ťťn grote zekere manier om alle lijden te verlichten, namelijk de omvorming van eigenliefde naar toewijding aan anderen. Als we maar goed genoeg de deugd ontwikkelen om onzelf te verliezen in de liefde en zorg voor degenen om ons heen, genieten van het grandioze avontuur van het opdoen van kennis en het helpen van anderen, dan zijn ons persoonlijk verdriet en lijden snel voorbij. Dat is het grootse uiteindelijke doel: onze eigen belangen verliezen in het dienen van de mensheid. Het maakt niet uit in wat voor situatie in het leven onze Goddelijkheid ons heeft neergezet. Of we nou met handel of handwerk bezig zijn, rijk of arm, vorst of bedelaar, voor een ieder is het mogelijk door te gaan met het werk van de eigen roeping en tegelijkertijd een waarlijke zegen te zijn voor de omgeving door de Goddelijke Liefde van Broederschap uit te stralen.

Maar de overgrote meerderheid van ons heeft nog een weg te gaan voor we deze staat van perfectie kunnen bereiken, hoewel het verbazend is hoe snel een individu zich in die richting kan ontwikkelen als er serieus moeite gedaan wordt, aangenomen dat hij niet alleen vertrouwt op zijn eigen armzalige persoonlijkheid, maar een ingebouwd vertrouwen heeft dat hij, door het voorbeeld en de leer van de grote meesters van de wereld, in staat zal zijn zich te verenigen met zijn Ziel, de Goddelijkheid van binnen, waardoor alles mogelijk wordt. In de meesten van ons is er een tegenwerkende onvolkomenheid, of meerdere, die onze vooruitgang hindert, en het zijn met name deze onvolkomenheden die we in onszelf moeten zien te vinden, en terwijl we ons best doen om in ons karakter het aspect van liefde voor de wereld te ontwikkelen en uit te bouwen, moeten we ons tegelijkertijd inspannen om elk van deze onvolkomenheden weg te wassen door ze juist te overspoelen met de tegengestelde deugd. In het begin kan dit en beetje moeilijk zijn, maar alleen een beetje en in het begin, want het is opmerkelijk hoe snel een werkelijk aangemoedigde deugd zich ontwikkelt, zeker als we beseffen dat, met de hulp van de Goddelijkheid binnen in ons, falen onmogelijk is als we slechts volhouden.

Bij het ontwikkelen van Universele Liefde binnen onszelf moeten we meer en meer leren beseffen dat iedere mens, hoe klein ook, een zoon van de Schepper is, en dat hij op een dag, en als de tijd rijp is, de stap naar perfectie zal zetten zoals wij dat allemaal hopen te doen. Hoe laag een mens of schepsel ook lijkt te zijn, we moeten onthouden dat er een Goddelijke Vonk binnenin is, die langzaam maar zeker zal groeien, totdat de glorie van de Schepper dat wezen omstraalt.

Bovendien, de vraag van juist of onjuist, van goed en kwaad is volkomen relatief. Wat juist is in de natuurlijke evolutie van een inboorling, zou onjuist zijn voor de meer verlichten van onze samenleving, en datgene dat voor mensen als wij zelfs een deugd zou kunnen zijn, kan misplaatst zijn, en dus onjuist voor iemand die het stadium van het discipelschap heeft bereikt. Wat wij onjuist of slecht noemen is in feite goed, maar op de verkeerde plaats, en dus volkomen relatief. Laten we ook niet vergeten dat onze maatstaf voor idealisme ook relatief is; voor de dieren moeten wij waarlijk goden lijken, terwijl wij zelf ver achterblijven bij de normen van de grote Witte Broederschap van Engelen en Martelaren die er alles aan gedaan hebben om ons tot voorbeeld te zijn. We moeten dus meevoelen en sympathie hebben voor de nietigsten, want hoewel wij onszelf misschien zien als ver boven hun niveau uitgestegen, zijn we zelf echt nog maar nietig, en hebben nog een lange weg te gaan voordat we de normen halen van onze oudere broeders, van wie het licht in ieder tijdperk over de hele wereld schijnt.

Als Trots ons dreigt te overmannen, laten we dan proberen te beseffen dat onze persoonlijkheden op zichzelf niets zijn, niet in staat tot enig goed werk of aanvaardbare dienst, evenmin in staat om de krachten van de duisternis te weerstaan, tenzij geholpen door dat Licht dat van boven komt, het Licht van onze Ziel ; probeer een glimp te begrijpen van de omnipotentie en de ondenkbare macht van onze Schepper, die in alle perfectie een hele wereld maakt in een druppel water, en het ene stelsel van universums op het andere bouwt, en probeer te beseffen hoeveel nederigheid we in verhouding verschuldigd zijn en hoe volkomen we van Hem afhankelijk zijn. We leren om onze menselijke meerderen te eren en te respecteren ; hoe oneindig veel meer moeten we dan in uiterste bescheidenheid onze kleinheid bekennen tegenover de Grote Architect van het Universum.

Als Wreedheid of Haat onze vooruitgang in de weg staat, laten we er dan aan denken dat Liefde het fundament van de Schepping is, dat er in iedere levende ziel iets goeds te vinden is, en in de beste van ons iets slechts. Door het goede in anderen te zoeken, zelfs in hen die ons in eerste instantie tegenstaan, leren we op zijn minst om enig meegevoel te ontwikkelen en hoop dat ze betere manieren zullen vinden ; daaruit volgt dan dat de wens ontstaat om ze bij die verbetering te helpen. De uiteindelijke overwinning van alles zal voortkomen uit liefde en vriendelijkheid, en als we deze twee deugden voldoende hebben ontwikkeld is niets meer in staat om ons te bevechten, omdat we altijd medelijden hebben en geen weerstand bieden ; want weer door dezelfde wet van oorzaak en gevolg wordt schade juist door weerstand veroorzaakt. Ons doel in het leven is om de voorschriften van ons Hogere Zelf op te volgen, zonder zich door de invloed van anderen te laten storen, en dit kan alleen bereikt worden als we rustig onze eigen gang gaan, maar ons tegelijkertijd nooit bemoeien met de persoonlijkheid van een ander, of ook maar de minste schade veroorzaken door op wat voor manier dan ook wreed of haatdragend te zijn. We moeten ernaar streven om liefde voor anderen aan te leren, misschien door te beginnen met ťťn persoon of zelfs een dier, en deze liefde over een steeds groter gebied te ontwikken en uit te bereiden, totdat de tegengestelde gebreken vanzelf verdwijnen. Liefde roept Liefde op, zoals Haat dat met Haat doet.

Eigenliefde wordt genezen doordat we de zorg en aandacht die we aan onszelf besteden naar buiten keren naar anderen, en zozeer in beslag genomen worden door hun welzijn dat we in die inspanning onszelf vergeten. Zoals een grote Broederschaporde het uitdrukt: "vertroosting zoeken voor de eigen ellende door verlichting en troost te bieden aan onze medeschepselen in het uur van hun kwelling," en er is geen zekerder manier om eigenliefde te genezen en de kwalen die eruit voortkomen dan deze methode.

Onevenwichtigheid kan uitgeroeid worden door meer en meer zelf te beslissen, door besluiten te nemen en dingen te doen met onherroepelijkheid in plaats van wankelend en zwevend. Zelfs als we in het begin soms fouten kunnen maken, dan was het beter om te handelen dan om kansen voorbij te laten gaan omdat een beslissing uitblijft. Vastberadenheid zal snel groeien ; angst om zich in het leven te storten zal verdwijnen, en de opgedane ervaringen leiden ertoe dat ons beoordelingsvermogen verbetert.

Om Kortzichtigheid uit te roeien, laten we ook weer niet bang zijn om te ervaren, maar met een wakkere geest en met wijd open ogen er oren ieder stukje kennis tot ons nemen dat we kunnen krijgen. Tegelijkertijd moeten we flexibel blijven in onze gedachten, omdat anders eerder opgedane ideeŽn en oude overtuigingen ons de kans kunnen ontnemen om nieuwe en bredere kennis op te doen. We moeten altijd bereid zijn om de geest te verruimen en elk idee los te laten, hoe stevig het ook geworteld is, als een bredere ervaring ons een grotere waarheid laat zien.

Net als Trots is Hebzucht een grote hindernis voor vooruitgang, en ze moeten allebei meedogenloos worden weggespoeld. De gevolgen van Hebzucht zijn inderdaad ernstig, omdat het ons ertoe brengt om de zielsontwikkeling van onze medemensen te verstoren. We dienen te beseffen dat ieder wezen hier is om zijn eigen evolutie te ontwikkelen volgens de richtlijnen van zijn Ziel, en van deze Ziel alleen, en dat niemand van ons iets anders dient te doen dan onze broeder in die ontwikkeling aan te moedigen. We moeten hem helpen hopen en, als het in onze macht ligt, zijn kennis en zijn kansen hier op aarde vergroten om zijn vooruitgang te behalen. Net zoals wij zouden wensen dat anderen ons het steile en moeilijk pad van het leven op helpen, laten we zo ook altijd klaar staan om een helpende hand te bieden en de ervaring van onze bredere kennis te delen met een zwakkere of jongere broeder. De houding van ouder tegenover kind, van meester tegenover mens, van kameraad tegenover kameraad zou er een moeten zijn van zorg, liefde en bescherming, voor zover die nodig en weldadig zijn, zonder ook maar een moment de natuurlijke ontwikkeling van de persoonlijkheid te beÔnvloeden, want deze wordt bepaald door de Ziel.

Velen van ons zijn in onze kindertijd en onze jonge jaren veel dichter bij onze eigen Ziel dan in latere jaren, en hebben in die tijd duidelijkere ideeŽn over onze taak in het leven, de inspanningen die van ons verwacht worden en het karakter dat we moeten ontwikkelen. Dat komt omdat het materialisme en de omstandigheden van ons tijdperk, en de persoonlijkheden waar we mee omgaan, ons wegleiden van de stem van ons Hogere Zelf, en ons stevig binden aan deze alledaagse wereld met zijn gebrek aan idealen, zoals maar al te duidelijk is in deze samenleving. Laat de ouder, de meester en de kameraad er altijd naar streven om de groei van het Hogere Zelf aan te moedigen in al degenen over wie zij het wonderschone voorrecht hebben dat ze invloed kunnen uitoefenen, maar laat hen anderen altijd de vrijheid geven, zoals zij hopen dat henzelf vrijheid gegeven wordt.

Op zo'n zelfde manier kunnen we iedere fout in ons karakter uitzoeken en wegspoelen door de tegengestelde deugd te ontwikkelen, en zo ons karakter bevrijden van de oorzaak van het conflict tussen Ziel en persoonlijkheid, wat de voornaamste onderliggende oorzaak van ziekte is. Als de patiŽnt vertrouwen en kracht heeft is deze actie voldoende om opluchting, gezondheid en vreugde te brengen, en bij degenen die minder sterk zijn zal het op een stoffelijke manier het werk van de aardse arts ondersteunen om hetzelfde resultaat te bereiken.

We moeten serieus aan het werk gaan om individualiteit te ontwikkelen volgens de aanwijzingen van onze eigen Ziel, om van geen mens bang te zijn en te zorgen dat niemand ons in de weg staat of ons afleidt van de ontwikkeling van onze evolutie, de vervulling van onze plicht en het geven van hulp aan onze medemensen, en daarbij beseffen dat we, hoe verder we vooruit komen, een steeds grotere zegen worden voor degenen om ons heen. In het bijzonder moeten we opletten bij het geven van hulp aan andere mensen, wie dat ook zijn, dat we zeker weten dat de wens om te helpen afkomstig is van de aanwijzingen van ons Innerlijke Zelf, en niet voortkomt uit een misplaatst plichtsgevoel dat ons is aangereikt of opgelegd door een dominantere persoonlijkheid. De hedendaagse conventies leveren dit soort tragedies op, en de duizenden verstoorde levens zijn niet te tellen, de enorme aantallen gemiste kansen, het verdriet en het lijden dat veroorzaakt wordt, de ontelbare kinderen die soms jaren voor een invalide ouder zorgden, terwijl de enige afwijking van die ouder bestond uit zucht naar aandacht. Denk aan de schare van mannen en vrouwen die misschien wel een groots en zinvol werk voor de mensheid hadden kunnen doen, maar daarvan zijn afgehouden omdat hun persoonlijkheid gevangen was door een enkel individu, van wie ze niet de moed hadden om zich los te maken ; de kinderen die in hun jonge jaren de voor hen bestemde roeping kennen en ernaar verlangen, maar die toch door problemen en omstandigheden, omdat anderen het ze ontraadden en door gebrek aan vastberadenheid afglijden naar een andere tak van het leven, waar ze niet gelukkig zijn en ook niet in staat om hun evolutie te ontwikkelen op de manier hoe ze dat anders misschien wel hadden kunnen doen. Alleen de aanwijzingen van ons geweten kunnen ons vertellen of onze plicht bij een enkele persoon ligt of bij velen, en hoe en wie we moeten dienen ; maar wat het ook zijn kan, we moeten die opdracht gehoorzamen naar ons allerbeste kunnen.

Ten slotte: laten we niet bang zijn om ons in het leven te storten ; we zijn hier om ervaring en kennis op te doen, en tenzij we de realiteit onder ogen zien en onze uiterste best doen zullen we weinig leren. Zulke ervaringen kunnen op iedere plaats worden opgedaan, en de waarheden van de natuur en van de mensheid kunnen net zo effectief, of zelfs effectiever, worden opgedaan in een huis op het platteland als in de herrie en de haast van een stad.

HOOFDSTUK VIJF

Omdat gebrek aan individualiteit (dat is het toestaan van beÔnvloeding van de persoonlijkheid, waardoor voorkomen wordt dat deze kan voldoen aan de eisen van het Hogere Zelf) zo ontzettend belangrijk is voor het veroorzaken van ziekte, en omdat dit vaak al vroeg in het leven begint, laten we daarom nu de werkelijke relatie tussen ouder en kind, leraar en leerling bekijken.

In de basis is het ambt van het ouderschap bedoeld als de bevoorrechte manier (en het dient inderdaad beschouwd te worden als een goddelijk voorrecht) waarop een ziel de mogelijkheid krijgt om in contact te komen met deze wereld om wille van evolutie. Welbeschouwd wordt er waarschijnlijk geen grotere kans aan de mensheid geboden dan deze: om het middel te zijn voor de fysieke geboorte van een ziel en om gedurende de eerste paar jaar van het aardse bestaan voor de jonge persoonlijkheid te mogen zorgen. De hele houding van de ouder dient erop gericht te zijn om de kleine nieuwkomer naar hun beste kunnen alle spiritele, psychische en fysieke begeleiding te geven, steeds beseffend dat de kleine een individuele ziel is, die naar beneden is gekomen om zijn eigen ervaring en kennis op te doen, op zijn eigen manier in overeenstemming met de opdrachten van zijn Hogere Zelf, en dat alle mogelijke vrijheid gegeven moet worden aan een ongehinderde ontwikkeling.

Het ambt van het ouderschap is er een van goddelijke dienstbaarheid, en dient evenzeer gerespecteerd te worden, of misschien nog wel meer dan welke andere taak waarvoor we worden opgeroepen om die te vervullen. Omdat dit opoffering vraagt moet er altijd op gelet worden dat geen enkele tegenprestatie van het kind wordt gevraagd, omdat geven het hele doel is, en alleen maar geven: vriendelijke liefde, bescherming en begeleiding, totdat de ziel de verantwoordelijkheid voor de jonge persoonlijkheid overneemt.

Onafhankelijkheid, individualiteit en vrijheid dienen vanaf het begin te worden aangeleerd, en het kind dient zo vroeg in het leven als maar kan te worden aangemoedigd om voor zichzelf te denken en te handelen. Alle ouderlijke sturing dient stap voor stap te worden opgegeven naarmate het vermogen om zichzelf te redden wordt ontwikkeld, en vanaf dat moment mag geen enkele beperking of misplaatst gevoel van ouderlijke plicht de opdrachten van de ziel van het kind nog in de weg staan.

Het ouderschap is een taak in het leven die overgaat van de een naar de ander, en bestaat in essentie uit het voor een korte tijd geven van leiding en bescherming, en na die korte tijd dient het zijn inspanningen te staken en het onderwerp van zijn aandacht vrij te laten om alleen verder te gaan. Laten we beseffen dat het kind voor wie wij een tijdelijke beschermer worden wel eens een veel oudere en grotere ziel kan zijn dan wijzelf, en spiritueel onze meerdere, zodat sturing en bescherming beperkt dienen te worden door de behoeften van de jonge persoonlijkheid.

Ouderschap is een heilige plicht, tijdelijk van aard, en gaat over van generatie op generatie. Het draagt niets anders dan dienstbaarheid in zich en verplicht de kinderen niet tot een tegenprestatie, omdat zij vrijgelaten dienen te worden zich op hun eigen manier te ontwikkelen zodat ze zo goed mogelijk in staat zullen zijn om over slechts enkele jaren hetzelfde ambt te vervullen. Op die manier dient het kind geen beperkingen te hebben, geen verplichtingen en geen ouderlijke verstoringen, in de wetenschap dat het ouderschap eerder aan zijn vader en moeder was toegevallen, en dat het zijn taak kan worden om hetzelfde ambt te vervullen voor een ander.

Ouders dienen er speciaal voor te waken dat ze niet de wens hebben de jonge persoonlijkheid te vormen naar hun eigen iedeeŽn of wensen, en dienen zich te onthouden van iedere onterechte sturing of het vragen van wederdiensten voor hun natuurlijke plicht en goddelijk voorrecht om het middel te zijn om een ziel te helpen contact te maken met de wereld. Iedere op persoonlijke motieven gebaseerde behoefte aan sturing of wens om het jonge leven te vormen, is een vreselijke vorm van hebzucht en dient nooit aangemoedigd te worden, want als dit al wortel schiet in de jonge vader of moeder, dan zal het er in latere jaren toe leiden dat ze waarlijke vampieren worden. Als er ook maar de minste wens is om te domineren, dan dient dat bij de eerste symptomen te worden beteugeld. We moeten weigeren om de slaaf te worden van hebzucht, die ons dwingt om anderen te willen bezitten. Wat we in onszelf dienen aan te moedigen is de kunst van het geven, en dit ontwikkelen totdat het door zijn offer ieder spoor van tegengesteld handelen heeft weggespoeld.

De leraar dient altijd in gedachten te houden dat zijn ambt niet meer is dan de tussenpersoon te zijn die de jongeling begeleiding mag geven en een kans om dingen te leren over de wereld en over het leven, zodat ieder kind op zijn eigen manier kennis kan opnemen, en wanneer hem vrijheid wordt gegund, zal hij instinctief dat kiezen wat nodig is om zijn leven tot een succes te maken. Daarom dient, alweer, niet meer gegeven te worden dan de vriendelijkste zorg en begeleiding, om te zorgen dat de leerling de kennis kan opdoen die hij nodig heeft.

Kinderen dienen te beseffen dat de taak van het ouderschap, als symbool voor scheppende kracht, weliswaar een goddelijke opdracht is, maar dat het niet bedoeld is om de ontwikkeling te beperken of verplichtingen op te leggen die het leven en het werk dat hen door hun eigen Ziel wordt opgedragen kunnen hinderen. Hoeveel verborgen leed in onze hedendaagse samenleving veroorzaakt wordt doordat dit onvoldoende beseft wordt, hoezeer karakters worden beperkt, hoeveel dominante karakters zich ontwikkelen, is niet in te schatten. In vrijwel ieder huis bouwen ouders en kinderen om totaal verkeerde redenen gevangenissen voor zichzelf vanwege een verkeerd begrip van de relatie tussen ouder en kind. Deze gevangenissen snijden de vrijheid af, belemmeren het leven, houden de natuurlijke ontwikkeling tegen, en maken alle betrokkenen ongelukkig, en de mentale, nerveuze en zelfs lichamelijke klachten waar zulke mensen last van hebben vormen echt een heel groot deel van de ziekten van onze huidige tijd.

Het kan niet goed genoeg begrepen worden dat iedere geÔncarneerde ziel hier beneden is met de uitgesproken bedoeling om ervaring en begrip op te doen, en om zijn persoonlijkheid te perfectioneren in de richting van die idealen die de ziel heeft uitgestippeld. Het maakt niet uit in wat voor relatie we tot elkaar staan, of het nou man en vrouw is, ouder en kind, broer en zus, of baas en ondergeschikte, we zondigen tegen onze Schepper en tegen onze naasten als we uit motieven van persoonlijk gewin de ontwikkeling van een andere ziel hinderen. Onze enige plicht is om de aanwijzingen van ons eigen geweten te gehoorzamen, en die zal nooit ook maar een moment dulden dat we een andere persoonlijkheid overheersen. Laat iedereen beseffen dat zijn Ziel een specifieke taak voor hem heeft uitgestippeld, en dat hij door die taak niet uit te voeren, hoewel misschien niet eens bewust, een conflict oproept tussen Ziel en persoonlijkheid, waardoor noodzakelijkerwijs een reactie ontstaat in de vorm van lichamelijke klachten.

Het is waar, dat enig persoon de roeping kan hebben om zijn leven toe te wijden aan alleen maar ťťn ander, maar laat hem, voordat hij dat gaat doen, er absoluut zeker van zijn dat dit de opdracht van zijn Ziel is, en niet de suggestie van een dominante andere persoonlijkeid die hem hiertoe overhaalt, of een verkeerd idee van plicht dat hem misleidt. En laat hem ook bedenken dat we naar deze wereld neerdalen om gevechten te winnen, om kracht te ontwikkelen tegen degenen die ons proberen te overheersen, en zover te komen dat we door het leven gaan terwijl we rustig en kalm onze taak verrichten, zonder ons daarvan te laten afhouden of te laten beÔnvloeden door enig levend wezen, altijd rustig geleid door de stem van ons Hogere Zelf. Voor zeer velen speelt het grootste gevecht zich af in hun eigen thuissituatie, waar ze zich, voordat ze de vrijheid krijgen om overwinningen te behalen in de wereld, eerst moeten bevrijden van de beperkende dominantie en overheersing door een zeer naaste verwant.

Ieder individu dat als deel van zijn taak in dit leven heeft om zich te bevrijden van de dominante overheersing door een ander, dient zich, of hij nou volwassen is of kind, het volgende te realiseren: ten eerste, dat zijn zogenaamde onderdrukker op dezelfde manier beschouwd dient te worden als een tegenstander in een sportwedstrijd, namelijk als een persoonlijkheid met wie we het spel van het Leven spelen, zonder ook maar een spoortje bitterheid, en dat het juist dank zij deze tegenstanders is dat we de kans krijgen om onze moed en onze individualiteit te ontwikkelen; ten tweede dat de echte overwinningen in het leven voortkomen uit liefde en vriendelijkheid, en dat er in zo'n wedstrijd geen enkele vorm van kracht dient te worden gebruikt; dat hij zich, door gestaag naar zijn eigen aard te groeien, met meegevoel en vriendelijkheid, en als het kan genegenheid, of -nog beter- liefde voor de tegenstander, zo kan ontwikkelen dat hij na enige tijd de roep van het geweten rustig en stilletjes kan volgen, zonder ook maar de minste beÔnvloeding toe te laten.

Zij die dominant zijn hebben veel hulp en begeleiding nodig om hen in staat te stellen de grote universele waarheid van Eenheid te bevatten, en de vreugde van Broederschap te begrijpen. Het missen van zulke dingen is gelijk aan het missen van het ware geluk van het Leven, en we dienen zulke mensen te helpen zo goed als we kunnen. Zwakheid van onze kant, wat ervoor zorgt dat zij hun invloed kunnen uitbreiden, zal hen geenszins helpen; een vriendelijke weigering om zich door hen te laten overheersen, en een poging om hen het besef bij te brengen van de vreugde van het geven, zal hen verder helpen op het pad omhoog.

Voor het verkrijgen van onze vrijheid, het veroveren van onze individualiteit en onafhankelijkheid zal in de meeste gevallen veel moed en vertrouwen nodig zijn. Maar laten we in het donkerste uur, en wanneer succes wel haast onmogelijk lijkt, vooral beseffen dat God's kinderen nooit bang zouden moeten zijn, dat onze Zielen ons alleen maar taken geven die we ook kunnen uitvoeren, en dat onze eigen moed en vertrouwen in de Goddelijkheid binnen onszelf voldoende moeten zijn om ieder die het blijft proberen de overwinning te schenken.

HOOFDSTUK ZES

En nu, beste broeders en zusters, nu we beseffen dat Liefde en Eenheid de grootse fundamenten van onze Schepping zijn, dat wij in onszelf kinderen zijn van de Goddelijke Liefde, en dat de eeuwige overwinning op alle kwaad en lijden behaald zal worden met vriendelijkheid en liefde, wanneer we dit allemaal beseffen, waar in dit prachtie plaatje kunnen we dan een plaats vinden voor het soort praktijken als vivisectie en inentingen met dierlijke hormonen? Zijn we nog zo primitief, zo heidens, dat we nog steeds geloven dat we de gelegenheid hebben om aan de gevolgen van onze eigen fouten en mislukkingen te ontkomen door dieren te offeren? Bijna 2.500 jaar geleden heeft Heer Boeddha al aan de wereld laten zien hoe fout het is om de lagere schepselen te offeren. De mensheid staat al enorm in de schuld bij de dieren die we hebben gepijnigd en vernietigd, en de resultaten van zulke praktijken zijn verre van goed: zowel voor het mensenrijk als voor het dierenrijk kan er alleen maar kwaad en schade uit voortkomen.

Laten we ons niet utispreken tegen de mensen die zich bezighouden met vivisectie, want daar zijn er velen bij die dat uit werkelijk menslievende overwegingen doen, omdat ze hopen en proberen enige verlichting te vinden voor menselijk lijden; hun motivering is goed genoeg, maar het ontbreekt hen aan wijsheid, en ze hebben weinig begrepen van het doel van het leven. Het is niet genoeg om alleen maar de beste bedoelingen te hebben; deze dienen samen te gaan met wijsheid en kennis.

Laten we niet eens schrijven over de gruwelijke zwarte magie die hoort bij het aftappen van hormonen, maar iedere mens smeken om dat te mijden als tienduizend maal erger dan de ergste plaag, want het is een zonde tegen God, mens en dier.

Op deze een of twee uitzonderingen na heeft het geen zin om stil te staan bij de mislukking van de moderne medische wetenschap; vernieling is zinloos tenzij we een beter bouwwerk bouwen, en omdat het fundament van het nieuwe medische bouwwerk al gelegd is kunnen we beter een of twee stenen aan deze nieuwe tempel toevoegen. Negatieve kritiek op de huidige beroepsgroep heeft ook geen waarde; het is vooral het systeem dat niet klopt, niet de mensen; het is namelijk een systeem waarbij de arts, puur op economische gronden, de tijd niet meer krijgt voor een kalme en rustige behandeling, of de kans om rustig te mediteren en na te denken, wat toch juist de erfenis hoort te zijn van die mensen die hun leven wijden aan het zorgen voor de zieken. Zoals Paracelsus zei: een wijze arts helpt vijf, geen vijftien patiŽnten op een dag - een onuitvoerbaar ideaal voor de gemiddelde behandelaar in deze tijd.

De zon gaat op over een nieuwe en betere geneeskunst. Honderd jaar geleden was de Homeopathie van Hahnemann als de eerste straal ochtendlicht na een lange, donkere nacht, en deze kan een belangrijke rol gaan spelen in de geneeskunde van de toekomst. Bovendien is de aandacht die tegenwoordig gegeven wordt aan het verbeteren van leefomstandigheden en aan een zuiverder en hygiŽnischer dieet een stap vooruit op het gebied van het voorkomen van ziekte; en dan zijn er nog die bewegingen die erop gericht zijn om de mensen het verband te laten zien tussen spirituele tekortkomingen en ziekte, en de genezing die bereikt kan worden door de geest te perfectioneren, en deze bewegingen wijzen de weg naar de komst van de volle zonneschijn, die met zijn stralend licht de duisternis van ziekte zal laten verdwijnen.

Laten we beseffen dat ziekte een gezamenlijke vijand is, en dat ieder van ons die er een stukje van overwint, daarmee niet alleen zichzelf helpt, maar de hele mensheid. Er is een zekere, maar vaststaande hoeveelheid energie nodig om de overwinning compleet te maken; laten we allemaal samen naar dit resultaat streven, en degenen die groter en sterker zijn dan de rest kunnen niet alleen hun eigen deel doen, maar in stoffelijke zin hun zwakkere broeders helpen.

Het spreekt voor zich dat de eerste manier om de verspreiding en het toenemen van ziekte tegen te gaan, bestaat uit het stoppen met die acties die de macht ervan vergroten; de tweede is om onze eigen fouten uit ons karakter te wissen, die anders voor voortwoekeren zouden zorgen. Als dat lukt is dat zeker al een overwinning, en dan, als we onszelf bevrijd hebben, zijn we vrij om anderen te kunnen helpen. En dat is niet zo moeilijk als het er in eerste instantie uit kan zien; er wordt alleen maar van ons verwacht dat we onze best doen, en we weten dat dit voor iedereen mogelijk is, als we maar luisteren naar de opdrachten van onze eigen Ziel. Het leven eist van ons geen ondenkbare offers; het vraagt ons om de weg te gaan met plezier in ons hart, en een zegen te zijn voor de mensen om ons heen, zodat we ons werk gedaan hebben als we de wereld na ons bezoek net een tikkeltje beter achterlaten.

De leringen van de religies pleiten ervoor, als ze goed gelezen worden, "om alles achter te laten en Mij te volgen", wat geÔnterpreteerd dient te worden als onszelf helemaal overgeven aan de eisen van ons Hogere Zelf, maar niet, zoals sommigen zich voorstellen, om huis en haard, liefde en luxe achter ons te laten; dat is ver bezijden de waarheid. Een prins van een rijk, met alle heerlijkheden van het paleis, kan een Godsgeschenk en een zegen voor zijn volk zijn, voor zijn land - ja zelfs voor de wereld; hoeveel had er verloren kunnen gaan als die prins had bedacht dat het zijn plicht was om het klooster in te gaan. Alle betrekkingen in het leven dienen ingevuld te zijn, van de laagste tot de allerhoogste, en de Goddelijke Leiding van onze lotsbestemming weet in welke betrekking wij het meest tot ons recht komen; het enige wat van ons verwacht wordt is dat we die taak met plezier en goed vervullen. Er zijn heiligen aan de fabrieksbanken en in de stookruimte van een schip, net zo goed als onder de hoogwaardigheidsbekleders van religieuze ordes. Aan niet een van ons hier op aarde wordt meer gevraagd dan hij bij machte is om te doen, en als we proberen om het beste in onszelf boven te halen, altijd geleid door ons Hogere Zelf, dan is gezondheid en geluk voor ieder van ons haalbaar.

De Westerse beschaving is het grootste deel van de afgelopen tweeduizend jaar door een tijdperk van intens materialisme gegaan, en het besef van de spirituele kant van onze aard en ons bestaan is grotendeels verloren gegaan in een geesteshouding waarbij aardse bezittingen, ambities, verlangens en genoegens een belangrijkere plaats hebben gekregen dan de echte dingen van het leven. De werkelijke reden van het aardse bestaan van de mens is overschaduwd door de gretigheid waarmee hij alleen maar aards voordeel uit zijn incarnatie wil halen. Het is een periode geweest waarin het leven heel moeilijk was vanwege het ontbreken van de echte troost, aanmoediging en verheffing die het gevolg zijn van het besef van grotere dingen dan alleen wereldse zaken. In de laatste eeuwen zijn religies voor veel mensen gaan lijken op legenden die niets met hun leven te maken hebben, terwijl het toch juist de essentie van hun bestaan is. De ware aard van ons Hogere Zelf, de kennis van vorige en toekomstige levens behalve dit huidige leven, betekende voor ons maar heel weinig, terwijl het bedoeld is als gids en stimulans voor alles wat we doen. We hebben de grootse dingen eerder vermeden, en geprobeerd om het leven zo comfortabel mogelijk te maken, door het metafysische uit onze gedachten te zetten, en ons afhankelijk te maken van aardse genoegens om onze beproevingen te compenseren. Op die manier zijn positie, rang, rijkdom en aardse bezittingen het doel geworden van deze eeuwen; en omdat al deze dingen van voorbijgaande aard zijn, en alleen bereikt en behouden kunnen worden door er veel zorg aan te besteden en zich te concentreren op aardse zaken, daarom was werkelijke innerlijke rust en geluk bij de afgelopen generaties oneindig ver onder het niveau dat voor de mensheid bedoeld is.

Onze Ziel en geest komen pas echt tot rust als we spirituele groei behalen, en dat kan niet bereikt worden door alleen rijkdom te vergaren, hoe groot dan ook. Maar de tijden zijn aan het veranderen, en er zijn vele tekenen dat de beschaving een begin gemaakt heeft om van het tijdperk van puur materialisme te komen bij een verlangen naar de werkelijkheden en waarheden van het universum. De algemene en snel groeiende interesse die tegenwoordig getoond wordt voor kennis van bovennatuurlijke waarheden, het groeiend aantal van degenen die verlangen naar informatie over het bestaan voor en na dit leven, het ontstaan van manieren om ziekte te verslaan door middel van vertrouwen en spirituele methoden, de zoektocht naar de oude leer en wijsheid van het Oosten, het zijn allemaal tekenen dat de mensen van tegenwoordig een glimp hebben opgevangen van de werkelijkheid der dingen. Op die manier kunnen we begrijpen dat ook de geneeskunst in de pas moet blijven met deze tijd, en haar methoden veranderen van grof materialisme naar die van een wetenschap die gebaseerd is op de werkelijkheden van de Waarheid, en die geregeerd wordt door dezelfde Goddelijke wetten die onze karakters bepalen. Genezen zal zich ontwikkelen van de lichamelijke methoden om het fysieke lichaam te behandelen naar een manier van spirituele en mentale genezing, die eerst de oorzaak van de ziekte wegneemt door het evenwicht tussen Ziel en geest te herstellen, en daarna toestaat dat die fysieke methoden gebruikt worden die nodig zijn om de heling van het lichaam volledig te maken.

Het lijkt heel goed mogelijk dat, tenzij de medische wereld zich dit realiseert en meegroeit met de spirituele groei van de mensen, de kunst van het genezen in de handen gelegd wordt van religieuze ordes of van de geboren genezers die in elke generatie voorkomen, maar die tot nu toe min of meer onopvallend hebben geleefd, en door de houding van de orthodoxen niet zijn toegekomen aan hun natuurlijke roeping. Zodat de arts van de toekomst twee doelen zal hebben. In de eerste plaats zal hij de patiŽnt helpen om kennis te vergaren over zichzelf en hem de fundamentele fouten uit te leggen die hij misschien maakt, de tekortkomingen in zijn karakter die hij zou moeten herstellen, en de fouten in zijn aard die uitgewist dienen te worden en vervangen door de bijbehorende deugden. Zo'n arts zal de wetten waaraan de mensheid voldoet goed moeten bestuderen, en ook de menselijke natuur zelf, zodat hij in iedereen die bij hem komt kan herkennen welke elementen verantwoordelijk zijn voor een conflict tussen Ziel en persoonlijkheid. Hij moet in staat zijn om de noodlijdende te adviseren hoe hij het benodigde evenwicht kan bereiken, welke acties tegen de Eenheid hij dient te staken, en de benodigde deugden die hij moet ontwikkelen om zijn fouten uit te wissen. Voor iedere casus zal zorgvuldige bestudering nodig zijn, en alleen zij die een belangrijk deel van hun leven hebben gewijd aan kennis van de mensheid en in wiens hart de wens om te helpen brandt, zullen in staat zijn om dit heerlijke en hemelse werk voor de mensheid te doen, om de ogen van de noodlijdende te openen en het doel van zijn bestaan aan het licht te brengen, en om de hoop, troost en vertrouwen te brengen die hem in staat zal stellen zijn ziekte te overwinnen.

De tweede taak van de arts zal zijn om die remedies toe te dienen die het fysieke lichaam helpen om op krachten te komen en de geest helpen om rustig te worden, een bredere kijk te krijgen en naar perfectie te streven, en op die manier rust en harmonie te brengen voor de hele persoonlijkheid. Zulke remedies bestaan in de natuur, daar neergezet door de genade van de Goddelijke Schepper voor de genezing en het heil van de mensheid. Een paar ervan zijn bekend, en nog meer worden op dit moment gezocht door artsen in verschillende delen van de wereld, in het bijzonder in onze Moeder India, en wanneer deze onderzoeken verder ontwikkeld worden zullen we ongetwijfeld veel van de kennis terugwinnen die meer dan tweeduizend jaar geleden bekend was, en de genezer van de toekomst zal de prachtige en natuurlijke remedies tot zijn beschikking hebben die goddelijk geplant zijn voor de mens, om zijn ziekte te verlichten.

Zo zal het uitroeien van ziekte ervan afhangen of de mensheid zich de waarheid van de onveranderlijke wetten van het Universum realiseert, en zich bescheiden en gehoorzaam aan die wetten aanpast, om op die manier vrede te brengen tussen de Ziel en zichzelf, en daarmee de werkelijke vreugde en het geluk van het leven te verdienen. En het aandeel van de arts zal dan zijn om de lijdende aan de kennis van die waarheid te helpen en hem uit te leggen op welke wijze hij harmonie kan bereiken, om zijn vertrouwen aan te wakkeren in zijn Goddelijkheid die alles kan overwinnen, en om die fysieke remedies toe te dienen die helpen bij het harmoniseren van de persoonlijkheid en het genezen van het lichaam.

HOOFDSTUK ZEVEN

En nu komen we bij het cruciale probleem: hoe kunnen we onszelf helpen? Hoe kunnen we onze geest en ons lichaam in een zo harmonische toestand houden dat we moeilijk of onmogelijk door ziekte kunnen worden aangevallen, want het is zeker dat de persoonlijkheid zonder conflicten immuun is voor ziekte.

Laten we eerst de geest eens beschouwen. We hebben al tamelijk uitgebreid gesproken over de noodzaak om binnen onszelf te zoeken welke fouten we hebben die tegen de Eenheid werken en niet in harmonie zijn met de opdrachten van de Ziel, en die fouten te verhelpen door de tegenovergestelde deugden te ontwikkelen. Dit kan langs de lijnen die al aangegeven zijn, en een eerlijk zelf-onderzoek zal de aard van onze fouten aantonen. Onze spirituele adviseurs, ware artsen en vertrouwde vrienden moeten ons kunnen helpen om een betrouwbaar beeld van onszelf te krijgen, maar de perfecte manier om hier achter te komen is door rustig na te denken en meditatie, en door onszelf in zo'n vredige toestand te brengen dat onze Zielen in staat zijn om tot ons te spreken via ons bewustzijn en onze intuÔtie, en ons in overeenstemming met hun wensen te leiden. Als we maar elke dag een korte tijd opzij kunnen zetten, alleen en op een zo rustig mogelijke plaats, waar we niet gestoord kunnen worden, en gewoon maar rustig zitten of liggen, en ofwel de geest leeg laten ofwel rustig nadenken over onze taak in het leven, dan zullen we na enige tijd zien dat we op die momenten enorme hulp krijgen, en dat ons als het ware flitsen van kennis en begeleiding gegeven worden. We merken dat onze vragen over de moeilijke problemen van het leven onmiskenbaar beantwoord worden, en dat we in staat zijn om met vertrouwen de juiste richting te kiezen. We dienen gedurende die tijden de ernstige wens in ons hart te hebben om de mensheid te dienen en te werken volgens de aanwijzingen van onze Ziel.

Laten we goed onthouden dat, als de fout eenmaal gevonden is, de oplossing niet gelegen is in een strijd tegen die fout of in het gebruik van wilskracht en energie om een fout te onderdrukken, maar in het gestadig ontwikkelen van de tegenovergestelde deugd, om op die manier automatisch ieder spoor van de verstoring uit onze aard weg te spoelen. Dit is de ware en natuurlijke manier om vooruit te komen en om een onrechtmatigheid te overwinnen, enorm veel gemakkelijker en effectiever dan tegen een bepaalde tekortkoming te vechten. Tegen een fout vechten vergroot zijn macht, houdt onze aandacht vastgeklonken aan zijn aanwezigheid, en zorgt inderdaad voor strijd, en het grootste succes dat we dan kunnen behalen is een overwinning door onderdrukking, verre van bevredigend, omdat de vijand nog steeds bij ons is en in een zwak moment opnieuw de kop kan opsteken. De werkelijke overwinning is gelegen in het vergeten van de fout, en het bewust proberen om die deugd te ontwikkelen die het voorgaande onmogelijk maakt.

Als we bijvoorbeeld wreedheid in ons karakter hebben, dan kunnen we voortdurend zeggen "ik zal niet wreed zijn", en op die manier voorkomen dat we aan die kant de fout in gaan; maar het succes daarvan is afhankelijk van de kracht van de geest, en als die verzwakt kunnen we ons goede voornemen een moment vergeten. Aan de andere kant, als we echte sympathie voor onze medemensen zouden ontwikkelen, dan zal deze deugd voor eens en voor altijd wreedheid onmogelijk maken, want zo'n daad zouden we met afschuw vermijden vanwege ons vriendschappelijk gevoel. Hier komt geen onderdrukking bij kijken, geen verborgen vijand die tevoorschijn kan komen op momenten dat we niet waakzaam zijn, omdat onze sympathie voor anderen iedere mogelijkheid om de ander te schaden uit ons karakter heeft gewist.

Zoals we eerder gezien hebben zal de aard van onze fysieke kwalen op een stoffelijke manier helpen om aan te geven welke mentale onbalans de uiteindelijke oorzaak van hun ontstaan is; en een ander belangrijk ingrediŽnt voor succes is dat we echt moeten genieten van het leven, en ons bestaan niet alleen zien als een verplichting die we met veel geduld moeten dragen, maar echte vreugde ontwikkelen in het avontuur van onze reis door de wereld.

Een van de grootste tragedies van het materialisme is misschien wel de ontwikkeling van verveling en het verlies van de echte innerlijke blijheid; het leert de mensen om tevreden te zijn met aards genot en plezier en daar compensatie te zoeken voor moeilijkheden, maar hierin kan hoogstens tijdelijke vergetelheid voor onze moelijkheden gevonden worden. Als we eenmaal compensatie voor onze bezoekingen gaan zoeken in de handen van een betaalde grappenmaker komen we in een vicieuze cirkel. Amusement, vermaak en frivoliteit zijn voor iedereen goed, maar niet als we daar steeds weer van afhankelijk zijn om onze moeilijkheden te verlichten. Iedere soort aards amusement moet alsmaar geÔntensiveerd worden om zijn werking te behouden, en de sensatie van gisteren wordt de verveling van morgen. En dus gaan we alsmaar andere en grotere prikkels zoeken, totdat we verzadigd zijn en niet meer op die manier aan onze trekken kunnen komen. Op de een of andere manier maakt het vertrouwen op aards vertier Fausts van ons allemaal, en hoewel we ons dat in ons bewuste zelf wellicht niet helemaal reliseren, wordt het leven voor ons weinig meer dan een lijdzame verplichting, en verlaat al het echte genot en plezier ons, dat toch het erfrecht van ieder kind hoort te zijn, en tot onze laatste uren in stand dient te worden gehouden. Het extreme stadium hiervan wordt tegenwoordig bereikt in de wetenschappelijke inspanningen die gedaan worden om verjonging en verlenging van het natuurlijke leven te bereiken, en de toename van zinnelijke pleziertjes door middel van duivelse praktijken.

Verveling is verantwoordelijk voor het in onszelf toelaten van veel meer ziekte dan men in het algemeen in de gaten heeft, en zoals verveling tegenwoordig de neiging heeft om al vroeg in het leven toe te slaan, zo hebben de bijbehorende ziektes de neiging om op jonge leeftijd de kop op te steken. Zo'n toestand kan niet ontstaan als we de werkelijkheid van onze Goddelijkheid erkennen, onze missie in het leven, en daarbij vreugde vinden in het opdoen van ervaringen en in het helpen van anderen. Het tegengif voor verveling bestaat uit het hebben van een actieve en levendige interesse in alles om ons heen, wanneer we de hele dag het leven bestuderen, wanneer we van onze medemensen en van de gebeurtenissen van het leven de Waarheid achter alle dingen leren en leren en leren, wanneer we onszelf verliezen in de kunst van het kennis en ervaring opdoen, en wanneer we uitkijken naar kansen om deze te gebruiken ten voordele van een mede-reiziger. Op die manier zal ieder moment van ons werk en ons spel ons enthousiasme brengen om te leren, een wens om echte dingen te ervaren, echte avonturen en daden die de moeite waard zijn, en als we dat vermogen verder ontwikkelen zullen we ontdekken dat we de kracht terugvinden om vreugde te putten uit de kleinste gebeurtenissen, en voorvallen die we voorheen als alledaags beschouwden en van een saaie eentonigheid, zullen kansen worden voor onderzoek en avontuur. Het zijn de eenvoudige dingen van het leven - de eenvoudige dingen omdat die dichter bij de grote Waarheid liggen - waarin het werkelijke plezier gevonden kan worden.

Berusting zorgt ervoor dat men niet meer wordt dan een onoplettende passagier op de reis van het leven, en opent de deur voor onnoemelijke negatieve invloeden die nooit een kans hadden gehad om binnen te komen zolang ons dagelijks bestaan de sfeer en de vreugde van het avontuur in zich hadden. Wat onze plek ook is, of we nou in de stad werken met zijn wemelende masa's of als eenzame herder op de heuvels, laten we ons inspannen om eentonigheid om te zetten naar interesse, saaie plicht naar een verheugende kans op ervaring, en het dagelijks leven naar een intensieve studie van de mensheid en van de grote fundamentele wetten van het Universum. Op elke plek zijn er meer dan genoeg mogelijkheden om de wetten van de Schepping waar te nemen, of dat nou in de bergen of dalen is of tussen onze medemensen. Laten we eerst het leven in een boeiend avontuur veranderen, waarin geen plaats meer is voor verveling, en dan proberen om met de kennis die we zo opdoen onze psyche in overeenstemming te brengen met onze Ziel en met de Grote Eenheid van Gods's Schepping.

Iets anders wat ons tot op diep niveau kan helpen is om alle angst achter ons te laten. Voor angst is in feite geen plaats in het natuurlijke koninkrijk van de mens, omdat de Goddelijkheid in onszelf, wat we zelf zijn, onoverwinnelijk is en onsterfelijk, en als we het maar zouden kunnen beseffen is er niets waar wij als Kinderen van God bang voor hoeven te zijn. In tijden van materialisme groeit de angst vanzelf, in verhouding met de mate waarin we belang hechten aan aardse bezittingen (of dat nou lichamelijk is of externe rijkdommen), want als zulke zaken onze wereld bepalen, dan veroorzaken ze -omdat ze zo vergankelijk zijn, zo moeilijk te verkrijgen en zo onmogelijk om te behouden behalve voor korte tijd- de uiterste ongerustheid voor het geval we een kans missen om ze te grijpen als we dat kunnen, en we kunnen niet anders dan in constante angst leven, bewust of onbewust, omdat we in ons binnenste weten dat zulke bezittingen op elk moment van ons weggegrist kunnen worden, en dat we ze hoogstens een kort leven kunnen vasthouden.

In dit tijdperk heeft angst voor ziekte zich zover ontwikkeld dat het de macht heeft om kwaad te kunnen, omdat het de deur opent voor de dingen waar we bang voor zijn, en het gemakkelijker maakt dat ze binnenkomen. Zo'n angst is eigenlijk eigenbelang, want als we serieus verdiept zijn in het welzijn van anderen, dan is er geen tijd om beducht te zijn voor de eigen kwalen. Angst speelt tegenwoordig een grote rol in het intensiveren van ziekte, en de moderne wetenschap heeft de macht van de angst vergroot door hun ontdekkingen, die ook nog eens half-waarheden zijn, op grote schaal te verspreiden onder het gewone volk. De kennis van bacteriŽn en ziektekiemen heeft een chaos veroorzaakt in de geest van tienduizenden mensen, en de vrees die in hen is opgewekt maakt hen op zich al vatbaarder voor aanvallen. Hoewel lagere levensvormen, zoals bacteriŽn, een rol kunnen spelen of in verband gebracht worden met lichamelijke ziekte, vormen zij geenszins de hele werkelijkheid van het probleem, zoals bewezen kan worden door de wetenschap of door het leven van alledag. Er is een factor die niet door de wetenschap verklaard kan worden, namelijk waarom sommige mensen wel door ziekte worden aangedaan en andere niet, hoewel ze beide blootgesteld worden aan dezelfde besmettingskans. Het materialisme vergeet dat er een factor is die boven het fysieke vlak uitsteekt, en die in de normale gang van het leven ieder specifiek individu beschermt of vatbaar maakt voor ziekte van welke aard dan ook. Angst plaveit de weg naar een invasie omdat onze geest erdoor gedeprimeerd wordt, en op die manier onbalans veroorzaakt tussen onze fysieke en magnetische lichamen, en als bacteriŽn en zulke lichamelijke mechanismen de zekere en enige oorzaken van ziekte waren, dan was er weinig reden om niet bang te zijn. Maar als we ons realiseren dat zelfs bij de zwaarste epidemieŽn slechts een deel van degenen die met de infectie in aanraking komen ook besmet wordt, en dat we gezien hebben dat de werkelijke oorzaak van ziekte in onze persoonlijkheid gelegen is en dus binnen onze invloedssfeer is, dan hebben we aanleiding om zonder angst en vrees door het leven te gaan, in de wetenschap dat de remedie binnen onszelf ligt. We kunnen alle angst uit ons hoofd zetten dat fysieke zaken de enige oorzaak voor ziekte zijn, in de wetenschap dat een dergelijke angst ons alleen maar vatbaar maakt, en dat we, als we ons inspannen om evenwicht in onze persoonlijkheid te brengen, niet banger hoeven te zijn voor ziekte dan om door de bliksem getroffen te worden of door een stuk van een vallende meteoor.

Laten we nu naar het fysieke lichaam kijken. We mogen nooit vergeten dat dit slechts de aardse woning van de Ziel is, waarin we alleen maar een korte tijd verblijven om te zorgen dat we in staat zijn om contact te maken met de wereld, met als doel om ervaring en kennis op te doen. Zonder ons al te veel met ons lichaam te vereenzelvigen dienen we het met respect en zorg te behandelen, zodat het gezond kan zijn en ons daarmee langer in staat stelt om ons werk te kunnen doen. We dienen ons er geen moment in te verliezen of er overbezorgd over zijn, maar leren om ons er zo weinig mogelijk bewust van te zijn, en het slechts gebruiken als voertuig van onze Ziel en geest, en als dienaar die onze wensen uitvoert. Uitwendige en inwendige zuiverheid zijn van groot belang. Wat het eerste betreft, gebruiken wij in het Westen het water te heet; dit opent de huid en laat vuil toe. Bovendien maakt het overmatig gebruik van zeep het oppervlak plakkerig. Koel of lauw water, als een douche of als bad meer dan eens verschoond, is dichter bij de natuurlijke manier, en houdt het lichaam gezonder; slechts die hoeveelheid zeep dient gebruikt te worden als nodig is om zichtbaar vuil te verwijderen, en dit dient naderhand goed afgewassen te worden met schoon water.

De zuiverheid binnen in ons lichaam is afhankelijk van ons dieet, en we dienen alles te kiezen dat zuiver is en heilzaam en zo vers mogelijk, voornamelijk natuurlijk fruit, groenten en noten. Dierlijk vlees dient zeker vermeden te worden: in de eerste plaats omdat het de hoeveelheid gif in het lichaam doet toenemen; in de tweede plaats omdat het een abnormale en overdadige eetlust bevordert; en in de derde plaats omdat er wreedheid naar de dierenwereld voor nodig is. Men dient ook veel te drinken om het lichaam schoon te spoelen, vooral water en natuurlijke wijnen en producten die direct uit de voorraadkamer van de Natuur komen, waarbij de meer kustmatige dranken (gedistileerd) vermeden dienen te worden.

Slaap dient niet overdadig te zijn, omdat de meesten van ons meer controle over onszelf hebben als we wakker zijn dan als we slapen. Het oude gezegde: "Tijd om je om te draaien, tijd om op te staan", is een uitstekende maatstaf als het gaat over wanneer op te staan.

Kleding dient zo licht van gewicht te zijn als past bij de temperatuur; het dient lucht tot het lichaam toe te laten, en zonneschijn en frisse lucht moeten in alle mogelijke gevallen in contact kunnen komen met de huid. Water en zonnebaden schenken veel gezondheid en vitaliteit.

In alles dient vrolijkheid aangemoedigd te worden, en we moeten niet toestaan dat we neergedrukt worden door twijfel en depressie, maar bedenken dat die gevoelens niet van onszelf zijn, want onze Zielen kennen alleen blijheid en geluk.

HOOFDSTUK ACHT

Zo zien we dat onze overwinning op ziekte vooral afhangt van het volgende: op de eerste plaats, het besef van de Goddelijkheid in onze aard en de daaruit volgende macht om alles wat fout is te boven te komen; op de tweede plaats de kennis dat onbalans tussen de persoonlijkheid en de Ziel de grondreden is voor ziekte; op de derde plaats onze bereidheid en ons vermogen om de fout te ontdekken die zo'n conflict veroorzaakt; en op de vierde plaats het verwijderen van elk van die fouten door de tegenoverliggende deugd te ontwikkelen.

De taak van de geneeskunst is dan om ons aan de noodzakelijke kennis en middelen te helpen waarmee we over onze kwalen heen kunnen komen, en om ons die remedies toe te dienen die ons mentale en fysieke lichaam versterken, en ons een grotere kans geven op de overwinning. Dan zullen we echt in staat zijn om ziekte bij de basis aan te vallen, met werkelijke hoop op succes. De medische opvatting van de toekomst zal niet bijzonder geÔnteresseerd zijn in de uiteindelijke gevolgen en producten van ziekte, of veel aandacht schenken aan de fysieke schade, of medicijnen en chemicaliŽn vooral toedienen om onze symptomen te verzachten, maar vanuit de kennis voor de ware oorzaak van ziekte en in het besef dat de zichtbare lichamelijke gevolgen slechts ondergeschikt zijn, zal ze haar inspanningen erop richten om harmonie tussen lichaam, geest en ziel te bewerkstelligen. En in die gevallen dat vroeg genoeg actie genomen wordt, zal het corrigeren van de geest de op handen zijnde ziekte voorkomen.

Tussen de soorten remedies die dan gebruikt zullen worden, zullen die remedies zijn die gemaakt worden van de mooiste planten en kruiden die vindbaar zijn in de apotheek van de Natuur en welke op goddelijke wijze verrijkt zijn met helende krachten voor geest en lichaam van de mens.

Wij van onze kant moeten ons oefenen in rust, evenwicht, individualiteit en standvastigheid, en steeds meer het begrip ontwikkelen dat we in wezen van Goddelijke oorsprong zijn, kinderen van de Schepper, en daarom de macht in ons hebben, als we die maar ontwikkelen, wat we uiteindelijk wel zullen moeten, om perfectie te bereiken. En deze werkelijkheid moet in ons groeien tot het de meest opvallende eigenschap van ons bestaan wordt. We dienen standvastig kalmte te beoefenen, waarbij we ons onze psyche voorstellen als een meer dat altijd rustig gehouden dient te worden, zonder golven, of zelfs maar rimpels, die de kalmte verstoren, en deze staat van rust geleidelijk ontwikkelen totdat geen enkele gebeurtenis in het leven, geen enkele omstandigheid, geen andere persoonlijkheid, nog in staat is om onder welke voorwaarde dan ook het oppervlak van dat meer te verstoren, of bij ons enig gevoel van prikkelbaarheid op te wekken, of neerslachtigheid of twijfel. Daarbij zal het wezenlijk helpen om elke dag een korte tijd te reserveren om rustig na te denken over de schoonheid van rust en de voordelen van kalmte, en te beseffen dat we het meest bereiken, niet door ons zorgen te maken of ons te haasten, maar dat kalme en rustige gedachten en daden ons efficiŽnter maken in alles wat we doen. Als het ons lukt om ons gedrag in dit leven in overeenstemming te brengen met de wensen van onze Ziel, en in zo'n staat van rust te blijven dat de beproevingen en verstoringen van de wereld ons onaangedaan laten, is dat met recht een grote prestatie te noemen die ons die Vrede brengt die begrip in zich draagt; en hoewel we er in eerste instantie misschien niet eens van durven te dromen, is het een werkelijkheid die, wanneer we geduldig blijven proberen, voor ieder van ons binnen bereik is

Niet van ieder van ons wordt verlangd om heiligen te zijn of martelaren of beroemdheden; de meesten van ons is een minder opvallende taak toebedeeld. Maar van ons allen wordt verwacht dat we de vreugde en het avontuur van het leven begrijpen en blijmoedig dat speciale werk vervullen dat onze Goddelijkheid voor ons heeft beschikt.

Voor hen die ziek zijn is een rustige geest en evenwicht met de Ziel de grootste hulp voor herstel. De geneeskunde en verpleegkunde van de toekomst zullen er veel meer op gericht zijn om dit bij de patiŽnt te bereiken dan tegenwoordig, omdat we nu alleen in staat zijn om een situatie te beoordelen met materialistische methoden, zodat we meer bezig zijn om vaak de temperatuur op te nemen en andere dingen te controleren, waarmee we de kalme rust en ontspanning die zo essentieel zijn voor herstel eerder verstoren dan bevorderen. Het lijdt geen twijfel dat een opkomende ziekte zou worden afgebroken, als we bij het eerste begin van toch ten minste de kleiner kwalen, een paar uur volledige ontspanning kunnen bereiken en evenwicht met ons Hogere Zelf. Op zulke momenten hoeven we ons slecht een fractie eigen te maken van die kalmte die werd gesymboliseerd door de binnenkomst van Christus in de boot tijdens de storm op het meer, toen Hij beval: "Kalm, wees stil".

Onze kijk op het leven hangt af van de nabijheid van de persoonlijkheid bij de Ziel. Hoe hechter deze verbinding, des te groter de harmonie en runst, en des te helderder zal het licht van de Waarheid schijnen, en het stralende geluk dat van hogere rijken is. Zij houden ons op koers en onverschrokken voor de moeilijkheden en angsten van de wereld, omdat ze hun wortels hebben in de Eeuwige Waarheid van God. Het besef van Waarheid geeft ons ook de zekerheid dat, hoe tragisch sommige gebeurtenissen in de wereld ook lijken, deze gebeurtenissen slechts een tijdelijke toestand zijn in de ontwikkeling van de mens, en dat zelfs ziekte op zichzelf een weldaad is en aan zekere wetten onderhevig is, die bedoeld zijn om uiteindelijk het goede te bewerkstelligen en een voortdurende druk uit te oefenen in de richting van perfectie. Wie dit begrijpt kan niet meer geraakt worden of teneergeslagen of ontzet door die gebeurtenissen die voor anderen zo'n last zijn, en alle onzekerheid, angst en wanhoop verdwijnen voor altijd. Als we maar in een constante verbinding staan met onze Ziel, onze Hemelse Vader, dan is de wereld inderdaad een plaats van vreugde, en kan geen enkele negatieve invloed meer op ons worden uitgeoefend.

Het is ons niet toegestaan om de grootsheid van onze eigen Goddelijkheid te zien, of de geweldigheid van onze Bestemming en de glorieuze toekomst die voor ons ligt; want als we dat konden, dan was het leven geen beproeving meer en zou geen inspanning vergen, onze waarde niet testen. Onze deugd zit juist in het onwetend zijn van het merendeel van deze grootse dingen, en toch het vertrouwen en de moed hebben om goed te leven en de moeilijkheden van deze aarde meester te worden. We kunnen wel, door ons te verbinden met ons Hogere Zelf, dat evenwicht bewaren dat ons in staat stelt om alle aardse tegenstand te overwinnen, en onze reis langs het rechte pad te maken om onze bestemming te vervullen, niet gehinderd door invloeden die ons zouden afleiden.

Vervolgens moeten we individualiteit ontwikkelen en ons bevrijden van alle aardse invloeden, zodat we alleen de voorschriften van onze eigen Ziel gehoorzamen en onbewogen door omstandigheden of andere mensen, onze eigen meester worden en ons scheepje over de ruwe zeeŽn van het leven sturen, zonder ooit de koers van rechtschapenheid te verlaten, en zonder ook maar een moment het sturen van het schip aan een ander over te laten. We moeten onze vrijheid absoluut en volledig behalen, zodat alles wat we doen, iedere actie - ja, zelfs iedere gedachte - zijn oorsprong vindt in onszelf, zodat we onszelf de mogelijkheid geven om vrijelijk te leven en te geven vanuit onszelf, en vanuit onszelf alleen.

Ons grootste probleem in deze richting zou wel eens kunnen liggen bij degenen die ons het meest na staan, zeker in dit tijdperk waarin angst voor wat gebruikelijk is en valse normen over verplichtingen zo verschrikkelijk ontwikkeld zijn. Maar we moeten onze moed vergroten, die weliswaar bij velen groot genoeg is om de schijnbaar grote zaken van het leven aan te pakken, maar nog tekort komt bij de intiemere beproevingen. We dienen in staat te zijn om op een onpersoonlijke wijze goed en fout uit elkaar te houden, en om in het bijzijn van een familielid of een vriend onbevreesd te handelen. Wat zijn enorm velen van ons toch helden in de buitenwereld, maar lafaards thuis! Hoe subtiel de manieren ook zijn om ons van onze bestemming af te houden, zoals de schijn van liefde en aanhankelijkheid, of een vals plichtsgevoel, manieren om ons tot slaaf te maken en gevangen te houden in de wensen en verlangens van anderen, toch moeten we dit alles onbarmhartig naast ons neerleggen. De stem van onze eigen Ziel, en die stem alleen dient gehoord te worden als het gaat over plicht, als we niet gehinderd willen worden door degenen om ons heen. Individualiteit dient tot het uiterste ontwikkeld te worden, en we dienen door het leven te gaan terwijl we op niets anders dan onze eigen Ziel vertrouwen voor leiding en hulp, en de vrijheid te nemen om ieder beetje kennis en ervaring op te doen dat maar mogelijk is.

Tegelijkertijd dienen we op onze hoede te zijn dat we ook ieder ander hun vrijheid veroorloven, dat we niets van anderen verwachten, integendeel, dat we altijd klaar staan om een helpende hand toe te steken om zich aan op te trekken in tijden van behoefte en moeilijkheden. Op die manier wordt iedere persoonlijkheid die we in ons leven tegenkomen, of het nou een moeder, echtgenoot, kind, vreemdeling of vriend is, een mede-reiziger, en ieder van hen kan groter of kleiner zijn dan wijzelf wat betreft spirituele ontwikkeling; maar we zijn allemaal leden van een gemeenschappelijke broederschap en deel van een grote gemeenschap die dezelfde reis maakt en hetzelfde glorieuze doel voor ogen heeft.

We dienen standvastig te zijn in de vastbeslotenheid om te winnen, resoluut in de wens om de bergtop te bereiken; laten we geen moment spijt hebben van de uitglijders onderweg. Geen enkele grote beklimming is ooit gemaakt zonder fouten en valpartijen, en ze dienen beschouwd te worden als ervaringen die ons helpen om in de toekomst minder vaak te struikelen. Gedachten aan gemaakte fouten mogen ons nooit uit het veld slaan; die zijn klaar en voorbij, en de aldus opgedane kennis zal ons helpen om ze niet te hoeven herhalen. We dienen gestaag voorwaarts op te trekken, zonder spijt en zonder terug te kijken, want het verleden van zelfs maar een uur geleden is achter ons, en de glorieuze toekomst met zijn stralend licht is altijd voor ons. Alle angst dient van ons afgeworpen te worden; angst hoort nooit te bestaan in de menselijke geest, en kan alleen bestaan wanneer we onze Goddelijkheid uit het oog verliezen. Angst is ons vreemd omdat we, als Zonen van de Schepper, Vonken van het Goddelijk Leven, onoverwinnelijk zijn en onverwoestbaar en onverslaanbaar. Ziekte lijkt wreed omdat het de straf is voor foute gedachten en foute handelingen, die resulteren in wreedheid jegens anderen. Daarom dienen we de liefdes- en broederschaps-kant van ons karakter tot het uiterste te ontwikkelen, omdat dat wreedheid in de toekomst onmogelijk maakt.

De ontwikkeling van Liefde brengt ons dichter bij het besef van Eenheid, van de werkelijkheid dat eenieder van ons deel uitmaakt van de Ene Grote Schepping.

De oorzaak van al onze problemen is zelfzucht en afgescheidenheid, en dit verdwijnt zodra Liefde en het begrip van de grote Eenheid deel worden van ons karakter. Het Heelal is God, objectief weergegeven; bij zijn ontstaan is het de wedergeboren God, bij zijn einde de hoger ontwikkelde God. Zo is het ook met de mens: zijn lichaam is hijzelf naar buiten gebracht, een objectieve weergave van zijn innerlijke aard; hij is de uiting van zichzelf, de stoffelijk geworden eigenschappen van zijn bewustzijn.

In onze Westerse beschaving hebben we het glorieuze voorbeeld, de grote norm voor perfectie en de lessen van De Christus om ons te leiden. Hij geldt voor ons als Bemiddelaar tussen onze persoonlijkheid en onze Ziel. Zijn missie op aarde was om ons te leren hoe we harmonie en gemeenschap kunnen bereiken met ons Hogere Zelf, met Onze Vader die in de Hemel is, en daarbij de perfectie te behalen die overeenstemt met de Wil van de Grote Schepper van alles.

Datzelfde onderwees ook de Meester Boeddha en andere grote Meesters, die van tijd tot tijd op aarde zijn neergedaald om de mensen de manier te wijzen waarop perfectie bereikt kan worden. Er is geen tussenweg voor de mensheid. De Waarheid dient erkend te worden, en de mens dient zich te verenigen met het oneindig plan van Liefde voor zijn Schepper.

En dus, mijn broeders en zusters, kom naar buiten is de glorieuze zonlicht van het besef van je Goddelijkheid, en ga serieus en standvastig aan het werk om mee te doen aan het Grote Ontwerp van het gelukkig zijn en geluk uitdragen, en sluit je aan bij die grote schare van de Witte Broederschap van wie het hele bestaan bestaat uit het gehoorzamen aan de wens van hun God, en van wie het grootste plezier bestaat uit het dienstbaar zijn aan hun jongere-broeder-mensen.

 

lieverbeter.nl:   ALLES over Bachbloesems